Op een bijeenkomst in de Rode Hoed – ik weet het nog goed, we stonden op het balkon – werd aan een oud-redacteur gevraagd hoe het nu ging bij de Revisor. Ik zag aan degene die de vraag stelde, een wat ouder vrouw, dat ze niet wist dat deze schrijver al zeker een jaar niet meer in de redactie van het literaire tijdschrift zat. De oud-redacteur had dus eenvoudig kunnen zeggen: Ik heb geen idee, want ik zit niet meer in de redactie, maar ik zal het eens navragen.
Zoiets. Dat deed hij niet. Deze oud-redacteur heeft in de tien jaar na zijn vertrek nooit aan iemand gevraagd hoe het nu met de Revisor ging. Dat is geen probleem, weg is weg. Maar er is echt iets vreselijk mis met je als je dan op een balkon van een zaaltje staat met een wijntje in de hand en zegt: Nou die Revisor kijken we nog een half jaartje aan en dan trekken we de stekker eruit.
Toevallig stond ik bij het gezelschap. Het moest wel een grap zijn, dus ik begon luid te lachen. De oud-redacteur keek me verbaasd aan. Of hij wist dat ik op dat moment in de redactie zat, geen idee. Hij hoorde bij het groepje dat in café de Zwart regelmatig een tafel bezet hield en daar was de modus dat schrijvers die ze niet kenden sowieso niet werden aangekeken, en er werd ze ook niks gevraagd. Het was hun eigen kleine apenrotsje.
Dat vond ik nooit een probleem, mijn stamcafé is een paar deuren verder. Maar omdat het om een literair tijdschrift ging en ik die periode druk bezig was nieuwe nummers te maken en tevens moest er 60 duizend euro schuld weggewerkt worden, veroorzaakt door de redactie waar deze oud-redacteur een prominente plek in had, kon ik het in de Rode Hoed niet laten een paar tegenvragen te stellen.
Wat interessant, zei ik. Heb je soms een plekje in het bestuur ingenomen? Volgens mij niet. Heb je de afgelopen tijd geïnformeerd naar het wel en wee van ons blaadje? Volgens mij niet. Heb je de recente begroting bekeken, die nog altijd verontrustend is, maar tijdens redactievergaderingen het varken gaat in café Schiller niet meer aan het spit, dus met die bezuinigingen komt het wel goed. Met je stekkertje. Volgens mij veroorzaakt jouw stekkertje een beetje kortsluiting.
De adamsappel van de oud-redacteur ging op en neer. De aardappel die hij vrijwel altijd daar verstopt hield kon moeilijk weggewerkt worden. De vrouw die de vraag had gesteld zag er nog altijd erg geïnteresseerd uit en wachtte ook op antwoorden, maar die kreeg ze niet. De oud-redacteur goot wat rode wijn in zijn keel en keek naar de muur, alsof hij daar een vlek kon ontdekken. Iets van vergane glorie. Altijd als ik de oud-redacteur ergens tegenkom denk ik aan een stekkertje.