Voor de Wandelgang, het huisblad van Tim Knols Wandelclub, schreef ik een verhaal over een wandeling die ik met onze gezamenlijke vriend Jan maakte. Dwalen door de Kennemerduinen.

Laten we gaan wandelen, zei mijn vriend Jan door de telefoon.
Goed idee, zei ik.
Jan zei: Dan gaan we naar de Kennermerduinen.
Oké, volgende week vrijdag. In de ochtend.
Goeie vrienden maken gemakkelijk een afspraak. Het einddoel was de viskraam op de boulevard van Zandvoort.
Die vrijdagochtend regende het. Ik kan meteen verklappen dat het in de middag ook regende en in de avond regende het nog steeds. Toen we weer thuis waren was het droog, maar eerst gingen we op pad.
We spraken af op Sloterdijk. Ik had een regenbroek en regenjas aan, want ik was met de fiets naar Lelylaan gegaan. Jan droeg een colbertje en een pet, maar hij zei dat hij goed voorbereid was. Hij had namelijk wandelschoenen aan. Hij zei: Sinds ik met de Wandelclub meedoe worden mijn schoenen gesponsord. Ik heb gesponsorde wandelschoenen.
Op station Overveen dronken we twee bakjes koffie en van daar wilden we naar het strand lopen. Dat is zeven kilometer. Als je de kortste weg neemt. Langs de noordkant om het circuit heen kan ook, dat is acht en een halve kilometer.
Daar gingen we. De kortste weg.
De eerste weg heette de Tetterodeweg. Jan zei: Ik heg nog gewerkt bij Tetterode. Daar wachtte ik op. Ik weet dat hij daar gewerkt heeft. Ik wist dat hij dat ging zeggen. Het maakt niet uit. Vrienden die gaan wandelen maken makkelijk een afspraak, laten zich niet afschrikken door een beetje regen, kiezen de kortste weg, en zeggen dingen die de ander al weet.
Tijdens de Wandelclub die ik meeliep, in het Twiske, afgelopen januari, sprak ik een heleboel mensen die ik ken of juist leerde kennen. Ik was de gehele route in gesprek. Ik maakte vrienden. Met Jan was ik al bevriend, al heel lang, en dus betekende met Jan naar het strand wandelen dat we aan twee woorden genoeg hadden.

Ik ken Jan al vijfentwintig jaar. Toen ik in een scheiding zat vertelde ik hem daarover aan de telefoon. Of eigenlijk zei ik alleen maar: Het gaat niet zo best Jan.
Hij zei: Kom maar koffie halen, ik ben in het Aepjen. Daar werkte Jan toen. Jan en zijn sleutels. Ik fietste naar de kroeg. Toen ik binnenkwam zag Jan meteen aan dat er werkelijk iets aan de hand was. Hij legde zijn sleutels op de bar en zei: Je ken bij mij slapen. Toen ging hij koffiezetten.
Ik woonde twee maanden bij Jan in huis, tot ik een nieuwe woning had gevonden.
In die periode, in zijn kleine huis aan de Kostverlorenkade, keken we naar de verfilming van het verhaal van het rugbyteam uit Uruguay dat neerstortte met het vliegtuig en 72 dagen in de Andes op een berg zat, zonder eten. Ze wisten het te overleven, onder andere door kannibalisme, maar vooral ook door vriendschap en vastberadenheid.
We keken de film (Alive) in de winter. Jan had alle ramen opengezet om het verhaal in 4D te beleven, een extra dimensie. Naast elkaar zaten we onder een dekentje op de bank te bibberen. Ook dat hebben we samen overleefd.

Die dag in de Kennemerduinen liepen we al gauw tegen een hek aan. Het hek zat op slot. We liepen langs een eindeloos stuk gaas, door een tunneltje, weer een ander hek. Ook daar konden we niet door. Het enige hek waar we door konden was een draaihek om grazers tegen te houden, waar Jan in een erg diepe plas ging staan, met zijn gesponsorde schoenen. Ik probeerde eindeloos via Google Maps te navigeren, maar overal moesten we terug, die kortste weg was een labyrint.
Jan zei: Zullen we Tim effe een bericht sturen dat we verdwaald zijn?
We waren twee uur aan het lopen toen we op een asfaltweg met een fietspad ernaast uitkwamen. We waren zo’n vijfhonderd meter van het station vandaan weer we koffie hadden gedronken.
Wat doen we? Terug of toch maar helemaal verder naar het strand?
Wij gaan naar het strand, zeiden we in koor. Naar de viskraam!
De grote weg ging naar Aerdenhout en naar Bentveld en het was saai lopen en het regende nog steeds en Jan zijn schoenen sopten, maar we liepen wel door en we spraken over van alles wat er in ons opkwam. Het wandelen ging vanzelf, zoals wandelen met een vriend vanzelf hoort te gaan.

Zo zijn ook optredens altijd vanzelf gegaan. Al bij mijn allereerste boek speelde Jan met zijn band Lazy Sunday Dream in de piepkleine boekwinkel aan de Weteringschans. Daarna speelden we in theaters en in andere boekwinkels, op Crossing Border met de Rootsclub en op Lowlands met de band van Tim, en alle optredens waren als die wandeling, maar dan zonder de kou en de natte schoenen.
Ik begrijp heel goed dat Tim graag met Jan gaat wandelen en zingen, want naast het wandelen en zingen gaat zo’n dag om vriendschap en loyaliteit. Je moet van elkaar weten dat je er voor elkaar bent, anders wordt het helemaal niks. Je moet van elkaar weten dat alles wat je tegen gaat komen, samen op te vangen is.

Het werd al bijna donker toen we Zandvoort binnenliepen, helemaal aan de zuidkant. Daar was de zee. We liepen de boulevard op als de laatste twee bij de marathon, net voor de bezemwagen. We waren moe, het was verschrikkelijk koud, het regende nog steeds.
Nu zagen we de zee en voelde het alsof we 72 dagen door de Kennemerduinen gezwalkt hadden.
Het slotakkoord van deze heerlijke wandeldag was bij de viskraam. Met verkleumde koppen bestelden we onze welverdiende kibbeling en als extraatje een schaal gefrituurde mosseltjes.

janvanmersbergen