Als je in een boek de volgende zin tegenkomt:
Ik meen me te herinneren dat het een bloedhete zomerochtend was toen de uitmuntende en hooggeachte gemeenteraad, het zeer befaamde en dubbelvermaarde ondernemende departement van volksgezondheid en maatschappelijk welzijn, het bijzonder verstandige en uiterst vrijgevige aartsbisdom, het zeer scherpzinnige en hoffelijke provinciale rechtscollege, het intens keurige en hoogstvermakelijke directoraat-generaal van het gevangeniswezen, het fameuze en fiere hoofdcommissariaat van politie, het buitengewoon gezaghebbende en gewichtige departement van reclassering van delinquenten en ontspoorde personen, en de fabrikant van dieetproducten De Kiem, die de expeditie financierde, hun vertegenwoordigers stuurden om ons te observeren.
dan weet je: deze schrijver vertelt graag. Hij vertelt veel, hij zoekt onophoudelijk zijwegen, hij houdt van zijn eigen woorden, hij wil entertainen en vermaken. Lekker vet aangezet. Dit is een boek om plezier aan te gaan beleven, dat is al duidelijk op deze tweede pagina van Het avontuur van de dameskapper, van Eduardo Mendoza, met de ondertitel Thriller in Barcelona. Vertaald door Harriët Peteri. Titel en ondertitel wijzen ook op vermaak. Avontuten, een beetje spanning, maar vooral vertelplezier. Dat is precies wat dit boek me gaf.
Later werd ons verteld dat we een heel goede indruk hadden gemaakt, gaat de verteller van Mendoza verder, een psychiatrisch patiënt die in deze leuke opening van het boek wordt vrijgelaten uit de inrichting, na keurig gedrag. Wegwezen.
De zijsporen blijven komen, want deze verteller is gek én houdt toon en woord, en weet dat hij afdwaalt. Als hij bij de behandelend arts komt die hem de laan uitstuurt en tussendoor een heel ander verhaal vertelt, geeft hij na anderhalve bladzijde de naam van de beste man, met daarachteraan: …op wiens deur ik net geklopt had op het moment dat deze herinnering mijn verhaal onderbrak.
Het is veel, een gek die speurder wordt, vanzelfsprekend in het Barcelona dat Mendoza in zijn grote hit De stad der wonderen vereeuwigde. Dat boek las ik ergens in een ver verleden, en voelde ook als veel. Veel bijvoeglijk naamwoorden, evenveel kleine straatjes als kleine verhaaltjes die net weer een kleine bijdrage leverden aan de stad en het verhaal – een wonder vond ik het destijds niet. In dit boek over de avonturen van de dameskapper proefde ik meer van de manier waarop Mendoza vertellen wil, misschien omdat ik dertig jaar ouder ben.
