De beroemde columniste en de schrijver zaten stilletjes maar vol genoegen te kijken naar de andere tafeltjes van het stamcafé waar allemaal schrijvers zaten en mensen uit de uitgeefwereld, een overvolle kroeg die aangaf dat de maandelijkse borrel toch nog net iets meer is dan gewoon een maandelijkse borrel. Het is een baken en een herkenningspunt, ook voor anderen. Die borrel is de plek waar je met zekerheid heen kunt gaan, als je in dit wereldje rondloopt.
Die avond viel de laatste vrijdag van de maand namelijk precies samen met het grote zomerfeest van uitgevrij Prometheus. Dat begon om 5 uur, na de traditionele hoosbui, perfect dus om tegen een uur of negen toen het weer droog was de stamkroeg op te zoeken en allerlei volk dat nog wat wilde kletsen en drinken mee te loodsen. Dat was het idee, vooraf, en dat gebeurde.
Zo zaten vanzelfsprekend de vaste klanten van de maandelijkse schrijversborrel aan een tafeltje: de documentairemaker, de schrijver die in Duitsland een huis heeft en ook bij het zomerfeest was, de kunsthistoricus, de kunstrecensente, de uitgever van de kleine uitgeverij, de schrijver met roots in Zuid-Afrika, de tekenaar. Maar aan alle andere tafeltjes en aan de bar nieuw fris volk. Het mengde zelfs behoorlijk goed.
Zo waren er de knappe Surinaamse schrijfster die in gesprek was met de polemist, zoals zij hem noemde. De schrijver kent de allebei en zat een tijdje tussen bij die twee aan tafel, samen met de ex van Joost Zwagerman, een meisje van de publiciteit, een blonde vrouw die ooit een bundel had samengesteld waar de schrijver een bijdrage aan leverde, maar hij was haar naam vergeten. Zo gaan die dingen. Dyslexie voor gezichten en namen, zo noemt de schrijver het.
De biograaf van een ontzettend bekende Nederlands cultuurgoeroe was er, de uitgeefster van Querido met de hele familie, Gustaaf Peek (die bij de start van de maandelijkse borrel regelmatig aanschoof maar de laatste jaren andere dingen te doen heeft op vrijdagavond). Aan een ander tafeltje, waar twee enorme schalen bitterballen stonden, voor degene die bij Prometheus niet genoeg hadden aan de hapjes, jonge schrijvers. Het was één groot kippenhok.
Het wereldje is klein en interessant, vond de schrijver. Gelijkgestemden wat betreft werk, totaal verschillend wat betreft al het andere. Gelijk en divers. Man – vrouw, geaardheid, huidskleur, achtergrond, arm en rijk, vleeseters en fanatieke veganisten, alles krioelde om elkaar heen met verhalen over die wereld en de grote wereld daarbuiten. Bijvoorbeeld over de aspirant-schrijver die als ramptoerist naar een uitvaart van de overleden schrijver ging en pontificaal vooraan ging zitten, in een heel klein zaaltje met maar een paar stoelen, waardoor mensen van de familie, ook op leeftijd, moesten staan. Verbijsterend.
Dat is de input, dat is hetgeen in een kroeg besproken wordt, om ergens een soort norm te vinden van hoe al die vreemde vogels met elkaar om moeten zien te gaan. De biograaf kwam even bij de beroemde columniste en de schrijver staan, maar die kende de beste man helemaal niet en hij stelde zich niet voor, dus ze wisten toen de avond voorbij was nog steeds niet wie hij was, alleen dat hij twaalf koud-geworden bitterballen naar binnen stond te werken en toen zei dat hij weer buiten ging staan.
De stamkroeg op deze vrijdag in augustus bewees dat je weinig meer nodig hebt dan een vaste plek en een vaste tijd. Dat geeft de kans mensen met elkaar te verbinden. Dat klinkt heel suf, maar toen de schrijver dat zo om zich heen zag gebeuren, die avond, zoals een gesprek tussen de oud-recensent en een jonge dame van de uitgeverij en een schrijver die alle knoopjes van zijn overhemd los had weten te krijgen, op het bankje voor een klein rond tafeltje vol bier en vlekken, stemde deze plek en tijd hem goed.
Iets anders deed hem ook goed. Bij het zomerfeest trof de schrijver twee jongens uit Gent. Ze waren allebei tweeëntwintig, een jaar jonger dan de zoon van de schrijver. Een van hen was bezig met een boek, de ander was de plus één. Jonge mensen die schrijven! Naast de grote coryfeeën (Conny Palmen, P.F. Thomése, Özcan Akyol, Twan Huys, Kader Abdolah…) was het geweldig om jonge honden binnen te zien komen. Ze snuffelden opgewekt en met een open heldere blik aan dit wereldje.
Die maandelijkse borrel als eindpunt van zo’n langs avond, dat is waarom de beroemde columniste en de schrijver iedere maand naar het stamcafé komen. Al die nieuwe mensen zien ze de volgende maand en de maand erop echt niet, maar die mensen weten dus wel waar ze moeten zijn op deze ene avond, die in stand gehouden wordt door een klein groepje. Het is geen reden om daar te gaan zitten, het is wel een van de positieve bijeffecten. Het stemde tevreden.