In de huizenblokken om ons heen wonen een stuk of tien mensen die in Nederland geboren zijn, waarvan er zeker de wieg in Amsterdam stond, een vrouw uit Thailand die met een Nederlandse man getrouwd is, een gezin uit Polen, een vrouw uit Turkije die met een Nederlandse man getrouwd is, een vrouw uit – ik vermoed – Ghana of Nigeria, een Indische vrouw die met een Nederlandse man getrouwd is, een gezin uit India met een klein kindje dat veel huilt en waar de opa bij inwoont, twee Marokkaanse gezinnen waarvan de vrouwen zelden buiten komen, een stel Brazilianen van minstens drie generaties, een Antilliaanse vrouw die dezelfde voornaam draagt als een wat oudere grijze vrouw en die daarom de zwarte en de grijze Martha worden genoemd, een vrouw uit Vietnam die met de Nederlandse man getrouwd is die nooit gedag zegt, een Indo die klusser is, en het gezin waarvan de vader een in Twente opgegroeide Koreaan adoptiekind was is inmiddels verhuisd naar Bali.
Mijn kinderen zijn alle drie in Amsterdam geboren, maar wij zijn de enigen die in Nederland geboren zijn en later naar Amsterdam gekomen. Ik schrijf over mijn Brabantse polder, in deze smeltkroes in Osdorp.