Verschillende boeken en verschillende manuscripten, gepubliceerd en ongepubliceerd, las ik met een hoofdpersoon die niet meer wil leven, en ik vond ze allemaal vervelend. Er zijn ook boeken waarin een ter dood veroordeelde spreekt, en die zijn stuk voor stuk interessant. Zij willen leven, maar weten dat het leven binnenkort stopt.

In Stervensuur, de vertaling van Candlemoth (door Eny van Gelder) laat R.J. Ellory een ter dood veroordeelde aan het woord. Hij heeft zijn beste vriend vermoord, 12 jaar geleden. Verteller Daniel Ford is wit, zijn vriend Nathan zwart. Dat verklapt de flaptekst, en dan weet je meteen waar het verhaal heengaat: de rassentegenstelling in Amerika.

Laat je niet misleiden door de lezersrecensie die als eerste op goodreads verschijnt: 1 ster. Omdat Ellory geen Show, don’t tell gebruikt. Deze mevrouw begrijpt niet dat een ik-verteller zoals Ellory hem opvoert een heel andere manier van vertellen heeft dan de derde persoon waarin een schrijven kan laten zien, in plaats van vertellen. Een ik vertelt, punt.

Aan het woord is dus een man die niet lang meer te leven heeft, en dat leidt tot bijvoorbeeld een heldere alinea die juist gaat over het leven en de dood, over lijden en straf, en over de wil om te leven en de wil om te sterven, uiteindelijk:

Sommige mensen beweren dat de doodstraf te gemakkelijk is, dat het te vlug gaat. Ze zeggen dat iedereen die een moord pleegt net zo moet lijden als het slachtoffer. Nou, geloof me, dat doen ze ook. De mensen vergeten de jaren die mensen als ik hier beneden doorbrengen, twee verdiepingen boven de hel. Ze weten niets van mensen als West (cipier, JvM) en dat hij vindt dat de straf bij de misdaad moet passen, of je nu schuldig bent of niet. De mensen hebben er echt geen idee van hoe het voelt om te weten dat je gaat sterven, en dat het na de eerste paar jaar elke dag kan gebeuren. Ze weten niets van de nieuwe hoop die meteen weer instort, van de beroepen die net zo lang in kringetjes ronddraaien tot ze in hun eigen uitlaatpijp verdwijnen. Ze weten niet hoe het is te ontdekken dat rechter huppeldepup je zaak opnieuw heeft bekeken en de hoorzitting waarop je bijna drie jaar hebt gewacht heeft afgewezen. Dat soort dingen vormt de straf. Het is soms zo erg dat je bijna dankbaar bent als je tijd is gekomen en je het liefst zou willen dat de dagen en uren en minuten voorbij waren… dat je het liefst zou willen dat ze tot één enkele, simpele hartslag zouden worden opgepropt en dat het licht voorgoed uit zou gaan. De mensen praten over een reden om te leven, een reden om te vechten, een reden om door te gaan. Nou, als je diep vanbinnen weet dat je met al je vechten alleen bereikt dat je een ander blij maakt wanneer jij doodgaat, dan heeft vechten toch eigenlijk geen zin. Het is ironisch dat een vent die geëxecuteerd zal worden meestal de vent is die er het meest naar verlangt te worden geëxecuteerd.

Tot zo ver. Bij een roman vanuit een ter dood veroordeelde weet je: deze man gaat alles vertellen, in de ik-vorm verleden tijd, en als er dan scènes volgen is het zaak de vertelstem te behouden en hetgeen gebeurd is te laten zien. Dat doet Ellory meesterlijk, zoals in de eerste echte scène waarin Daniel vertelt hoe hij voor een meisje frisdrank kocht en Nathan dus geen drinken kreeg, en jaloers werd. De scène is gaat verder, filmisch en ingewikkeld. Daniel komt op voor Sheryl Rose, zoals het meisje heet. Daarna wordt ze betast door een witte jongen, Marty Hooper. Daniel heeft tegen hem geen kans maar Nathan redt hem, slaat die Marty nee, waarna de andere jongens zich tegen hen keren en vervolgens redt een oude vrouw, die Chantry heet en als heks te boek staat, de jongens.

Daniel haalt alles terug en vult aan. Als de ruzie ontstaat: Ik weet nog steeds niet waarom ik opstond. Hij weet het best, en vertelt verder, maar waar het om gaat: een paar keer zo’n gedachte tussendoor werkt heel goed.

Wat moeilijk is aan de basis van het verhaal is niet wat er tussen de jongens verkeerd gegaan is maar waarom Daniel en Nathan vrienden zijn, een witte en een zwarte jongen. Daniel deelde ooit, met moeite, een broodje met ham met Nathan. Na de scène van de frisdrank: Elf jaar na die dag dat we een boterham deelden bij het meer. Ellory laat ook in het gesprek met de oude vrouw terugkomen, als zij zegt: Maar jullie tweeën hebben jezelf altijd al een hoop narigheid op de hals gehaald, hè? Dat klopt. Nathan zegt lachend: Anders zouden we nooit bij elkaar hebben gehoord.

Het is een mooi geheel: het vertellen vanuit de dodencel, de gevangenis als decor in het heden en de rassenrellen in Amerika als decor voor hun jeugd. Die twee polen zijn veel belangrijker dan de vraag hoe het allemaal zit met de moord op Nathan waar Daniel voor veroordeeld is. Dat verhaal wil je liever nog niet weten, omdat alles eromheen zo goed in elkaar gezet is, sfeervol, aannemelijk en interessant.

Soms ook ronduit sentimenteel, op een manier die ik heel goed kan hebben. Teksten mogen best sentimenteel zijn, want lezers zijn evengoed sentimenteel. Zoals in een beschouwing nadat J.F. Kennedy is vermoord, en hoe de personages daarmee omgaan. Een klein zwart meisje dat kranten bezorgt valt en moet huilen, helpen de jongens haar:

Nathan Verney schoot het kind te hulp.
Ik zag hem achter de dominee vandaan komen. Hij liep naar haar toe en tilde haar op alsof ze zo licht was als een veertje. Hij verzamelde de kranten die ze had laten vallen en gaf ze aan een blanke man, die met een uitdrukkingsloos gezicht verdwaasd aan de kant van de weg stond. Zonder iets te vragen nam hij de krachten aan.
En toen zag Nathan mij.
Hij knikte, liep naar me toe en toen hij een halve meter van me af was stak ik mijn armen naar het kind uit.
Het kind stak ook haar armen uit. Ik nam haar over en ze sloeg haar dunne armpjes om mijn hals.
Ze hield me stijf vast. Ik kwam in beweging en ging naar mevrouw Chantry.
Ik denk terug aan hoe we daar stonden: de dominee, de heks die haar man had opgegeten, het zwarte kind dat Marty Hooper in Benny’s had gevloerd, en het blanke buitenbeentje, de slungelige jongeling met zijn lichte huid die dat kleine zwarte meisje in zijn armen hield. Het staat nu als een foto in mijn hoofd gegrift, en het doet me denken dat het altijd zo had moeten zijn. We vormden één grote familie waarvan de leden allemaal dezelfde taal spraken, verschillen waren er niet, en we ademden allemaal dezelfde lucht in, aten hetzelfde eten en deelden hetzelfde verdriet.
Het was een dag die eindeloos duurde, en nog steeds geloof ik diep vanbinnen dat we allemaal voorgoed een stukje van die dag in ons hart meedragen.

Stervensuur heeft zo’n beetje de vibe van Forrest Gump, als hij met Bubba samen is. Niet dat Daniel simpel is, maar een vriendschap door wit en zwart heen samen met de jaren zestig, met eerst de moord op Kennedy, dan op Malcolm X, en dan de Vietnamoorlog. En natuurlijk een mooi meisje, een liefde die even plots weer eindigt zoals die begon.

janvanmersbergen