In een mooi vormgegeven minibiebje aan een klein straatje in het pittoreske dorp waar ik opgroeide vond ik een vrijwel ongelezen exemplaar van Oorsprong, van Dan Brown, de succesauteur die bekend is van De Da Vinci Code en verschillende andere boeken waar van de titels bestaan uit een naam (Juvenalis, Delta, Bernini) en een spannende toevoeging (Dilemma, Deceptie, Mysterie.) De oplettende lezer voelt aan deze eerste zin al aan dat ik de vertelstijl van Brown probeer te imiteren, en dat valt eerlijk gezegd niet mee. Bijvoeglijke naamwoorden, dat is zijn handelsmerk.
Ooit nam ik van Oorsprong de opening en liet ik deelnemers aan mijn schrijfworkshops de eerste pagina herschrijven. Die opening herhaal ik graag nog een keer:
Terwijl de oude tandradlocomotief zich langs de duizelingwekkende helling omhoogklauwde, bekeek Edmond Kirsch de grillige bergtop boven hem. Het massieve stenen klooster in de verte was in een steile wand gebouwd en leek in de ruimte te zweven, alsof het op magische wijze was vastgemaakt aan de verticale klif.
Dit tijdloze heiligdom in het Spaanse Catalonië had meer dan vier eeuwen weerstand geboden aan de nimmer aflatende zwaartekracht en was nooit afgeweken van zijn oorspronkelijke doel om de bewoners af te zonderen van de moderne wereld.
Wel ironisch dat ze nu de eersten zullen zijn die de waarheid te horen krijgen, dacht Kirsch, en hij vroeg zich af hoe ze zouden reageren. Historisch gezien waren mannen van God de gevaarlijkste op de wereld, vooral als hun goden werden bedreigd. En ik sta op het punt een vlammende speer in een wespennest te smijten.
Toen de trein de top had bereikt, zag Kirsch een eenzame gestalte op het perron staan. De verweerde, broodmagere man droeg traditionele katholieke kledij: een paarse soutane en een wit koorhemd, en een zucchetta op zijn hoofd. Kirsch herkende het magere gezicht van zijn gastheer van de foto’s en werd verrast door de adrenaline die opeens door zijn aderen stroomde.
Valdespino komt me persoonlijk begroeten.
Aartsbisschop Antonio Valdespino was een belangrijk man in Spanje: hij was niet alleen een vertrouwde vriend en raadgever van de koning, maar bovendien een van de meest uitgesproken en invloedrijke voorvechters van het behoud van de conservatieve katholieke waarden en traditionele politieke normen.
‘Edmond Kirsch, neem ik aan?’ zei de bisschop met gedragen stem toen Kirsch uitstapte.
‘Dat ben ik.’ Kirsch glimlachte toen hij de benige hand van zijn gastheer schudde. ‘Bisschop Valdespino, ik dank u omdat u deze ontmoeting mogelijk hebt gemaakt.’
‘Ik moet ú bedanken voor uw verzoek.’ De stem van de bisschop was krachtiger dan Kirsch had verwacht, helder en doordringend als een klok. ‘Het komt niet vaak voor dat we worden geraadpleegd door wetenschappers, en zeker niet door zo’n vooraanstaand wetenschapper als u. Deze kant uit, alstublieft.’
Toen Valdespino Kirsch meenam over het perron, rukte de koude bergwind aan zijn soutane.
Het is even wennen, het is even worstelen. Ik moet als lezer een stapje terugdoen, ik moet ieder gegeven decorstuk en kledingstuk voor me zien met een toevoeging, want iedere helling is steil, een afgrond duizelingwekkend, een wind koud, een stem krachtig, een wetenschapper vooraanstaand en een katholiek conservatief. Het zijn precies de duidingen, bij werkelijk ieder zelfstandig naamwoord, die de lezer verwacht. Daarom gaf ik die schrijfopdracht, zonder er verder veel bij te vertellen, want schrijven ontdekken is ook aanvoelen dat het helemaal niet nodig is om op deze manier alles te duiden en in te kleuren.
Destijds kwam ik niet door die brij aan bijvoeglijk naamwoorden heen. Deze zomer ging ik toch echt lezen, en nam ik me voor die woordjes niet te negeren maar te nemen als een warme dag waarop de insecten zoemen en de merels al vroeg in de ochtend fluiten en aan dat decor weinig te doen is, behalve het er te laten zijn, en vooral het verhaal van die dag te laten ontstaan.
Dat deed ik: ik volgde Robert Langdon naar Spanje, naar het Guggenheim in Bilbao, waar Brown van alles vertelt over het gebouw dat ligt te schitteren in het zonlicht (wanneer het gebouwd is, hoe het ontvangen werd, wie de architect is, welke vergelijkbare gebouwen er in die stroming gemaakt zijn, en waar…) en ik volgde Langdon en zijn oud-student Edmond Kirsch op hun zoektocht naar het mysterie.
Eenmaal op dat spoor, en dat kostte echt moeite, belandde ik in een geweldig verhaal over kunst, geloof, geschiedenis, lokale bijzonderheden, liefde, haat, wrok, leven en dood. Wat Brown doet is verbazingwekkend: hij lepelt allerlei info op, laat de actie doorgaan, laat reactie plaatsvinden op die actie, geeft al zijn personages motieven en, hoewel de lezer zich soms heel slim kan voelen (Haha, dat wist ik al) en soms heel som (Haha nu weet ik het wel), hij biedt een totale leeservaring die zowel spannend als ontspannend is. En dat is voor een thriller toch het ultieme doel.
Natuurlijk is het irritant wanneer Brown als verteller een personage volgt, zoals bijvoorbeeld de lijdende Spaanse admiraal Ávila, en dat hij naast de gedachten van deze man opeens schrijft: Ik ben blij dat hij erbij blijft, dacht de barmeid. Dan schiet je van het ene hoofd naar het andere en wordt de scène een soort flipperkast van gedachten. Op die momenten is Brown iets te alwetend, zoals hij dat op gebied van decor, plaats en tijdbeschrijvingen ook is. Hij weet nog meer dan een alwetende verteller, hij is eerder een docent. Of de man die op een verjaardag de wijsneus uithangt met erg veel info, die er soms helemaal niet toe doet.
Geen probleem, als je er maar overheen leest en die Spaanse admiraal blijft zien als een man die zijn gezin verloor en nu leeft voor een hogere zaak, want je hebt al gauw door dat de blonde martelaar uit De Da Vinci Code in deze Ávila zijn evenbeeld zal vinden. Ook deze man heeft een grotere missie: een kruistocht voor de gerechtigheid, zoals we dat van Brown kennen. Personages die het niet van hun ontwikkeling moeten hebben, maar juist van het vaststaande gegeven: het zijn types die beantwoorden aan de verwachtingen. In de verfilmingen doen ze het daarom juist zo goed.
Wat Brown erg goed doet, en dat heeft ook met die alwetende slimmigheid te maken: hij brengt wel echt leuke informatie. Een headset die niet je oor in gaat, zoals met oordopjes, maar die geluid via je kaak en je botten in je hoofd weet te krijgen – dat is geinig. En dat Beethoven ondanks zijn doofheid op die manier in de achttien de eeuw al zijn eigen muziek kon horen, door een aan de piano bevestigde metalen staaf tussen zijn tanden te klemmen – dat is ook best een aardig weetje. Een thriller met een hoog pubquiz-gehalte.
Het past allemaal erg goed, omdat Brown steeds een vorm weet te vinden om al die informatie in te gieten. Als Langdon in het Guggenheim rondloopt denkt hij zelf van alles bij de kunstwerken, daarnaast geeft de headset hem ook informatie, bijvoorbeeld over het gigantische blauwe horizontale schilderij van Yves Klein, dat ook wel het zwembad wordt genoemd en het gekke muziekstuk van dezelfde kunstenaar met één toon en daarna stilte. Moderne kunst, dat is voor de gemiddelde lezer, en daar richt Brown zich nadrukkelijk op, een beetje maf. Info, bron en verteller geen samen met beeld gaan samen – heel soepel. Op iedere bladzijde wordt de lezer bediend met deze combinatie en toch kan de lezer heerlijk achteroverleunen, en dat is bij een boek soms wel prettig.
In Oorsprong heeft Edmond Kirsch een zeer schokkende wetenschappelijke ontdekking gedaan. Daarvoor is al gemeld dat hij via kunstmatige intelligentie sprongen heeft gemaakt en tevens het probleem van AI, zoals dat tegenwoordig heet, heeft ontrafeld: Het probleem van synthetische intelligentie is niet de snelle toegankelijkheid van gegevens, want dat is eigenlijk heel eenvoudig, maar eerder het vermogen te bepalen hoe die gegevens in elkaar grijpen. Een spannend boek dat bijna tien jaar oud is en dat ogenschijnlijk over het begin der tijden gaat en over het geloof, kwam ook toen al dicht in de buurt van onze huidige tijd, en daarom ook nu nog aantrekkelijk om te lezen. Wederom een knappe combi: verleden en toekomst.
Kritiek op de boeken van Dan Brown is bekend: er wordt eindeloos veel Wikipedia-info opgelepeld en de ontdekkingen betreffen niet zo zeer wetenschap, kunst en de religie, maar het verband daartussen, en dat verband is vaag en dun – alsof de strijd tussen deze factoren bedacht is, en niet langzaam ontstaan. De grote ontdekking waar Oorsprong over gaat wordt in ieder geval erg lang geheim gehouden; wat zou er gebeuren als Brown de oude literaire truc had toegepast waarbij op pagina één de ontdekking wordt onthuld om daarna de diepte in te gaan. Nu lees je ruim honderd pagina’s over een ontdekking terwijl dat eigenlijk de onthulling van de ontdekking is. Dat maakt het boek traag.
Er zijn lezers die info checken. Lezers die, als Brown allerlei informatie geeft over een enorm paleis in Madrid, opzoeken wat de oppervlakte van dat paleis is en hoeveel kamers het heeft. Het boek geeft aan: 2.418 kamers, verschillende bronnen op internet (waaronder Wikipedia) melden: 3.418 kamers. Als je zoekt op aantal kamers plus Dan Brown, dan zegt AI, waar dit boek deels over gaat: In zijn boek Oorsprong (Origin) beschrijft Dan Brown het Palacio Real (Koninklijk Paleis van Madrid) als een doolhof met exact 2418 kamers. In werkelijkheid telt het paleis er 3418. Uiteindelijk weten lezers het altijd beter dan schrijvers.
Zoals ik al zei: vertelling, eindeloze wetenswaardigheden (Waaronder de inmiddels verouderde uitleg over wat Uber is: Ubers concept van chauffeur op bestelling had de wereld in slechts enkele jaren stormachtig veroverd. Het nadeel van slim doen over recente ontwikkelingen), de genoemde bijvoeglijke naamwoorden, de herhalingen, en even expliciete als vage opgefokte zinnen als Terwijl hij zich over Edmond boog, moest Langdon vechten tegen een gevoel van angst dat dreigde hem te overweldigen (Ehhh: vechten, voelen, dreigen en overweldigen in één zin, en de lezer weet nog niet veel, en ik voel bovendien erg weinig bij deze zin), lees er allemaal overheen en je hebt een leuk vakantieboek. Beter dan Mens-erger-je-niet.
