Laatst, bij een reünie, kreeg ik de vraag die schrijvers heel vaak horen: Hoe ben je nou eigenlijk begonnen met schrijven? Dat is een vraag die eigenlijk gaat over hoe moeilijk het voor te stellen is dat je gaat schrijven. Ook al zijn er honderdduizenden mensen die willen schrijven, echt gaan schrijven en zorgen dat het eerste boek er komt, dat is een ander verhaal. Het moet goed vallen, het moet meezitten, je moet het doen.

Dat laatste, het doen, kwam voor mij in het jaar 2000, toen ik met mijn toenmalige vriendin een hele zomer op een boerderij paste in de buurt van Everdingen. Ik las al veel, ik probeerde te schrijven, maar ik vond nooit mijn eigen verhaal. Het lezen had te veel invloed op mijn eigen verhaal. Als ik Misdaad en straf las dacht ik: dat wil ik ook maken. Maar dat lukte natuurlijk niet. En dan las ik Honderd jaar eenzaamheid, en dan wilde ik dat maken en ook dat lukte niet. Dan schreef ik anderhalve pagina en hield mijn eenzaamheid op.

Ieder boek had invloed, en niet om mijn eigen verhaal te vinden. Dat gebeurde pas toen ik de romans van de geijkte Amerikaanse schrijvers van buiten de steden ging lezen: Steinbeck, Hemingway, Faulkner, McCarthy. Later de recente schrijvers die hierbij passen: Haruf, Vann, Vlautin. Ik las die verhalen en dacht: dit zijn mijn mensen in mijn omgeving, in de polder. Misschien kan mijn verhaal toch echt iets zijn.

Die zomer van 2000 woonde ik al tien jaar in Amsterdam, en met die omgeving kon ik qua schrijven niks. Ik kende de stad niet goed genoeg om erover te kunnen schrijven. Maar die zomer was ik voor een maand of twee weer terug in het decor dat ik wel ken en begrijp: lege uiterwaarden, brede rivier, weidse polder, kleine dorpjes, een provinciale weg, schapen, kippen, een hond. Die zomer haalde ik een schaap uit de sloot en had ik mijn eerste verhaal. Ik schreef het in zes weken op een vide in die boerderij.

De volgorde was dus: lezen en schrijven, proberen, maar vooral uitvinden waar mijn vertelstem ligt, wat mijn verhaal is. Dat is erg moeilijk, of in ieder geval kostte het me veel tijd. Ik deed er tien jaar over. Het vele lezen gaf me wel inzicht in hoe andere schrijvers hun verhalen in elkaar steken, het vertelde me pas indirect wat de waarde van mijn eigen verhaal is.

Dis ik ben niet van het ene op het andere moment begonnen met schrijven. Ik woonde in Amsterdam vlakbij een tweedehands boekendump, en daar liep ik in 1990 al regelmatig naar binnen en kocht er van alles: Nobelprijswinnaars, thrillers, Nederlandse romans, Japans in vertaling. Aan de hand van die boeken, jarenlang lezen en verzamelen, zocht ik een verhaal dacht paste bij waar ik vandaan kom. Dat was de noodzakelijke stap. Waarom kon niemand me dat vertellen?

Die ene zomer iedere dag schrijven, ik schat zo’n duizend tot vijftienhonderd woorden per dag, leverde een manuscript op van bijna vijftigduizend woorden. Heel langzaam kwam ik op een punt waarop ik begreep dat een scène waarin een hoofdpersoon een schaap uit de sloot trekt echt een scène voor in een boek kon zijn. De rest van het verhaal volgde automatisch: de iets te drukke provinciale weg, de hond, de onbeantwoorde liefde, het conservatorium dat ik via mijn ex had leren kennen en waar ik niks van begreep. Ik begon met schrijven toen ik begreep wat mijn verhaal was.

janvanmersbergen