Van mijn thrilleruitgever kreeg ik een mooi dik boek van een Spaanse thrillerschrijver die tevens scenarioschrijver en culinair recensent is: Domingo Villar. Ik had nog nooit van hem gehoord en las zijn Het strand van de verdronkenen (vertaling: Johan Rijskamp) na de winst van Spanje op het WK voetbal in een vakantiehuisje in de Ardennen. Door dit boek waande ik me die mooie zomerse week in het regenachtige noorden van Spanje.
We volgen inspecteur Leo Caldas. En eerste instantie samen met zijn vader. Ze wonen in het Noordwesten van Spanje, Vigo. De twee, vader en zoon, zijn kalm samen, vol respect en ook grappig. Als ze naar het landgoed van de vader rijden waar hij druiven kweekt om wijn van te maken, loopt er een hond. Dan vraagt Leo: Heb je een hond? De vader zegt alleen nee. Als de zoon nogmaals vraagt: Is die niet van jou? reageert de vader even laconiek: Nee, die is niet van mij. De toon is gezet. We zijn in Galicië, net boven Portugal, aan de kust, waar de mensen stug zijn. Regenachtig, groen Spanje. Laarzen.
Villar komt uit Vigo, dus schrijft hij over die hoek van Galicië. Hij kent de mensen daar. Met het WK in mijn achterhoofd zocht ik op of er eigenlijk voetballers uit die streek in de Spaanse selectie zitten. Ik weet dat er geen spelers van Real Madrid geselecteerd waren, maar die komen overal vandaan. Ik weet dat ze in Baskenland goed kunnen fietsen. Maar kunnen ze voetballen in Galicië? Zoals te verwachten: een regio van stugge vissers brengt weinig voetballers voort. Waar er negen Catalanen in het winnende Spanje zitten, drie uit Andalusië en Baskenland en twee uit Madrid, geen enkele uit Galicië. Het Zeeland van Spanje.
Het boek is uitgegeven als literaire thriller, en dus is er meteen al in de beginfase een lijk. De man is aangespoeld en de eerste gedachte is: schipbreukeling, verdronkene, zelfmoord. Geen misdaad. Maar… zijn handen zijn met een groene tie-wrap aan elkaar gebonden. En hij is blond, waardoor ik steeds Dani Olmo voor me zag, de enige blonde Spanjaard van het winnende voetbalteam. Omdat de tie-wrap groen is denken de politiemensen dat dat ding vast uit China komt. Alles is Chinees.
Dat is het mooie van boeken die in een regio spelen: de hele wereld komt vanzelf toch wel langs, maar ik krijg wel dat bekende dorpsgevoel erbij waar ik zo van hou. Dat is bij Dan Brown wel anders, daar wentelt de wereld zich in de wereldgeschiedenis met wereldreligies, in dit boek van Villar blijft de handeling, en vooral de menselijke omgang, zeer plaatsgebonden. De assistent van Caldas komt uit Aragón, in het noordoosten, en hij heeft veel moeite met de stugheid en indirectheid, een beetje zoals in de Franse film Bienvenue chez les Ch’tis, waarin een postbode wordt overgeplaatst naar Noord-Frankrijk. Iedereen weet: het is een cultuurshock, maar uiteindelijk komt het goed.
Spanje komt via dit boek ook tot je als een land waar familiestructuren de basis zijn. De zus van de verdronken man zorgt voor haar inwonende moeder, de overledene woont in het huis dat van hun grootouders is geweest. De vibe van Zout op mijn huid. Daar een Bretonse visser, hier Vigo. Daar, buiten de gloed van het dorp en in het licht van de lantaarnpalen, kon je de kustlijn alleen onderscheiden door het spoor van wit schuim dat de golven achterlieten als ze braken op het strand. Dat is helder, beschrijvend en actief proza, en toch heel kalm. Kabbelend, en sfeervol.
Uiteindelijk gaat het bij een goeie thriller niet om de misdaad of de sensatie, het gaat veel meer om hoe mensen omgaan met een misdaad. Een lijk verandert een dorpsgemeenschap, in dit geval een vissersdorpje. De een weet wat, de ander weet niks, de een wil niet praten, de ander juist wel. Niet het slachtoffer en de misdaad maar de mensen zelf voeden de spanning. Dit boek van Villar doet denken aan de Waddenthrillers van Mathijs Deen. Een politieman gaat met zeelui praten; de sfeer en omgang onderling zijn belangrijker dan de misdaad en het oplossen daarvan.
Die misdaad wortelt in een scheepsdrama van jaren terug, toen de kapitein van een schip waar zo’n beetje de hele huidige vissersvloot van het dorp op werkte omkwam. Die kapitein in een spook geworden dat nog altijd die andere vissers najaagt. Een spook, zoals in piratenfilms. Dat past mooi; hoe zwijgzamer de mensen, hoe levendiger de geesten. Een spook, zoals in piratenfilms. De Blonde van nu had het zwaar daarmee, en volgens de mensen van het dorp maakte hij er daarom een einde aan. Caldas denkt niet aan zelfmoord, dat is niet het idee dat politiemensen volgen, en dus zet hij zijn onderzoek voort. Die lijn, naast de sfeervolle decorschetsen, maken deze spannende en goedgeschreven thriller compleet.
Het strand van de verdronkenen is een prachtig boek. Op twee dingen na. De korte hoofdstukjes beginnen steeds met een woordenboekdefinitie. Zoals: Speculeren. 1. Onderzoekend kijken. 2. Bespiegelingen houden… Op een gegeven moment lees je die niet meer, ze voegen amper iets toe. En op de cover prijkte een gele sticker. Die heb ik eraf gehaald.
