Chatten met Veilig Thuis kan nu 24/7, moet aanpak huiselijk geweld versnellen. Dat was onlangs de kop van een nieuwsbericht. Dag en nacht kun je nu chatten met Veilig Thuis. En niet met een robot, met echte mensen. Als je in de penarie zit, heb je namelijk echt een mens nodig.

Het was een hoopvol bericht, zoals vrijwel alle nieuwsberichten over onveilige thuissituaties hoop vol zijn. Iedereen wil dat het opgelost wordt. Misschien ben ik de enige, maar ik lees zulke berichten met achterdocht. De genoemde penarie wordt er niet mee opgelost.

Ik begrijp dat het loket open moet zijn, dat er de mogelijkheid moet zijn om melding te doen, dat de samenleving het gevoel moet hebben dat de problematiek nu echt wordt aangepakt. Ik heb ooit met deze instantie te maken gehad en trok na lange tijd soebatten de stekker eruit en besloot het zonder hulp te doen.

De situatie is misschien bekend, ik heb er een roman over geschreven. Er waren zorgen over de woonsituatie van mijn oudste twee kinderen, bij mijn ex. De kinderen werden in de rol van verzorger geduwd. Hun moeder kon niet meer de zorg bieden die nodig was. Dat liep zo op dat er melding gemaakt moest worden.

Voor die melding: allerlei plannen en ideeën, door verschillende bemiddelaars en hulpinstanties, allemaal vrijwillig, zoals een groepje buren dat bij zou springen. Het werkte niet, het werd van kwaad tot erger. Het was gekmakend vrijblijvend. Dus, zoals gezegd: de laatste stap was melding doen om de aard van de zorgen duidelijk te krijgen.

Ik belandde in een spreekkamer bij Veilig Thuis. Serieuze aardige mensen, het punt waar het om gaat: zo’n melding is geen eerste stap maar een laatste stap. Voordat je je zorgen bij anderen neerlegt is er al veel gebeurd. Dat verhaal werd aangehoord maar niet erkend want de eerste reactie was: Volgens ons is er hier sprake van een communicatieprobleem.

Op dat moment had ik moeten weten dat het spoor dood zou lopen, maar gezien de voorgeschiedenis hoop je dat er werkelijk iets bereikt kan worden. Dat de kinderen het zorgeloos en goed hebben, dat er op een of andere manier hulp voor hun moeder beschikbaar is zodat de standaard van een zorgeloze jeugd gerealiseerd kan worden.

Na onderzoek, een rapport en een advies trok Veilig Thuis zich weer terug. Zij voeren namelijk niet uit. De zaak werd teruggegeven aan het Ouder- en Kindteam waar ik voor Veilig Thuis al aangeklopt had, en zij hadden ook nu die capaciteit om bij te springen. De vrouw van die gemeentelijke instantie zou eens per week komen kijken.

Die frequentie bleek niet haalbaar waarop het Ouder- en Kindteam het verzonnen kreeg om het groepje vrijwilligers, dat voor de melding bij Veilig Thuis een goedbedoelde maar halfslachtige poging had gedaan te helpen, de zorg uit te laten voeren. Het was een lange weg naar Veilig Thuis, vervolgens leidde het pad simpelweg weer terug naar de bron.

Het was wonderlijk. Iedereen begreep de zorgen, de penarie. Iedereen wilde meehelpen en meedenken en bijspringen. Uiteindelijk was het een weg van buren, vrijwilligersclubje, Ouder- en Kindteam en Veilig Thuis en weer de omgekeerde weg. Daar heb ik nog nooit een nieuwsbericht over gelezen.

Wat er gebeurde: bij iedere stap denk je als vader en betrokkene dat je zorgen nu opgevangen gaan worden. Door te praten, door te melden, te onderzoeken, door een plan op te stellen en daar uitvoerenden voor te vinden. Echter, niemand leverde de zorg die jij eist. De reden: niemand in deze hele keten staat er hetzelfde in als jij, een vader.

Dus stopte ik ermee. Het was bevrijdend. De zorgen werden niet minder, wel kon ik vanaf dat moment het kleine beetje hoop dat ik had op een verbeterde situatie volledig zelf inschatten, en sturen. Geen tussenfiguren, geen stoorzenders. Valse hoop is een erg hardnekkige stoorzender. Alles wat er nu weer bij mij. De zorgen, maar ook de oplossingen. Het beschermen.

Ik neem het mezelf nog steeds kwalijk dat ik voor mijn oudste twee kinderen zorg ingeschakeld heb, iets wat ongeveer twee jaar gelopen heeft na die melding bij Veilig Thuis. Op een of andere manier had ik ook hulp nodig en legde ik bepaalde hoop op een plek die op geen enkele manier de zorg in hulp kon vertalen, en daardoor niks aan de situatie veranderde.

Mijn kinderen zijn nu allebei volwassen. Ze wonen allebei bij mij, in een nieuw gezin, met hun halfbroertje waar ze gek op zijn, en in een evenwichtige situatie die laat zien dat het wel kan: een normaal gezin. Weliswaar met alle gedoe van een echt gezin, daar ontkom je niet aan, maar zonder zorgen over veiligheid, het omdraaien van ouder-kindrollen en andere zaken waar je kinderen buiten wilt houden.

Wat moet er gebeuren in de zorg, in beleid, bij de Ouder- en Kindteams, bij Veilig Thuis? Met echte mensen kunnen chatten? Want als je in de penarie zit, heb je namelijk echt een mens nodig. Ik denk dat ze allereerst open moeten zijn over hetgeen ze kunnen bieden. Dat is namelijk minimaal. Hoe schrijnend ook, het niet openlijk melden of toegeven dat de zorg die eventueel te leveren is minimaal is wekt een valse hoop. Dat neemt geen zorgen weg, dat vermomt de zorgen.

Mensen die zo wanhopig zijn dat ze eindelijk hulp in durven te schakelen worden in het huidige systeem voor de gek gehouden. Meldpunten, chatmogelijkheden, campagnes over bang zijn, met als leus: Iedereen heeft recht op een veilig thuis. Uiteindelijk is het alleen zaak de betrokkene met de zorgen te steunen en de kracht te geven vol te houden. Dat is een kant van de zaak die nergens onderkend wordt.

In die twee jaar heb ik van al die betrokken instanties, van buren tot vrijwilligers en van Ouder- en Kindteam tot Veilig Thuis, nooit de vraag gehad hoe het nou met mij ging. Die vraag stelden vrienden, zonder een ingestudeerde blik in de ogen die verbetering beloofde. Hoe gaat het met je? Alleen die vraag, soms zo gesteld dat ik me bij het geven van het antwoord al beter voelde.

Hoe gaat het met je? Misschien is deze vernieuwde 24/7 chatmogelijkheid gericht op die vraag. Ik heb te veel meegemaakt om mijn hoop daarop te vestigen, laat staan het uit te proberen.

Je kunt blijkbaar een compleet zorgsysteem optuigen maar de eerste basisvraag vergeten, en wel op zo’n manier dat ik dit als betrokkene pas door had toen ik ermee stopte.

janvanmersbergen