Toen ik aan het vijfde hoofdstuk van De straatvechter (The Street Lawyer, vertaald door Hugo en Nienke Kuipers) van John Grisham begon, wilde ik weten wat de reacties op dit boek zijn op goodreads. Daar was het even zoeken in de lijst van Grisham-boeken, die behoorlijk lang is. Voor ik aan scrollen toekwam echter zag ik dat Grisham vragen van lezers beantwoordt op deze site, en ook dat hij 44 boeken heeft gelezen (John Grisham’s ‘read’ books on Goodreads (44 books)). Ik was benieuwd naar die boeken. Het blijken allemaal boeken te zijn die hij zelf heeft geschreven.

Dat was bijzonder. Er zijn meer schrijvers die aangeven op goodreads welke boeken ze gelezen hebben, soms met recensies erbij. Het geeft een idee van hoe de schrijver leest en beoordeelt. Ik gebruik zelf goodreads vooral om een beeld te krijgen van lezers. Wat haalt iemand in zijn hoofd om een boek dat ik echt kan waarderen één ster te geven met daarbij de opmerking (en dat is de volledige recensie): Ik had er meer van verwacht.

De straatvechter is kernachtig opgebouwd en begint meteen met actie: een dakloze zwarte man stapt een advocatenkantoor binnen en houdt zes uur lang acht advocaten onder schot, ook heeft hij dynamiek aan zijn vest vastgemaakt met tape. De gijzeling wordt verijdeld, de dakloze wordt neergeschoten. Een van de advocaten, de ik-verteller Michael Broch, verdiept zich in het leven van de man, en dat zet het verhaal in gang. Goeie eerste scènes, interessant personage, lekker verteld, zoals we van Grisham gewend zijn.

Wat vooral opvalt aan de manier van vertellen: de toon is vlot en super direct. Feitelijk, en tevens vol sfeer. De lezer luistert echt naar deze Michael, kortweg Mike. Het is een jonge advocaat die veel verdient, maar langzaam uit die wereld stapt omdat hij in contact raakt met het leven van de daklozen in Georgetown. Die omslag wordt door Grisham heel soepel in elkaar gezet, aan de hand van scènes waarin de verteller je meeneemt.

Over de dakloze (die zich Meneer wil laten noemen, Sir, neem ik aan.) hoort Mike op het nieuws: Hij heette Devon Hardy en was vijfenveertig jaar oud, een Vietnamveteraan met een kort strafblad. Een politiefoto, gemaakt toen hij voor een inbraak was gearresteerd, werd achter de presentator van het ochtendjournaal geprojecteerd. Hij leek helemaal niet op Meneer – geen baard, geen zonnebril, veel jonger. Ze zeiden dat hij een dakloze was die drugs gebruikte. Er was geen motief bekend. Er hadden zich geen familieleden gemeld. Dat is mooi feitelijk en ergens ook kalm proza, zeer effectief.

Het verhaal is eenvoudig, en gaat van scène naar scène: Mike stapt niet alleen in het leven van de daklozen, hij wordt erdoor geraakt. Als in een opvang een jongetje van vier hem vertelt dat hij met zijn gezin in een auto woont, is hij echt geraakt. Dat is sentimenteel, voor een verhaal, maar ook voorstelbaar en sympathiek. Op dat laatste gooit Grisham het in dit verhaal. Bij het gezin van het jongetje dat in de auto slaapt hoort een baby:

Toen barstte de baby in huilen uit. Zijn erbarmelijke stemmetje jammerde met een verbazingwekkend volume. Het was of hert geluid door het hele souterrain galmde. De moeder was versuft, moe, geërgerd omdat ze uit haar slaap was gehaald. Ze zei tegen de baby dat hij stil moest zijn, legde hem op haar schouder, wiegde hem heen en weer. Hij ging nog harder schreeuwen en er werd gemopperd door de andere slapers. Zonder erbij na te denken stak ik mijn handen uit om het kind over te nemen. Ik glimlachte daarbij naar de moeder om haar vertrouwen te winnen. Het kon haar niet schelen. Ze was blij dat ze van de baby af was. Het kind woog bijna niets, en het verrekte ding was drijfnat.

Dat is handeling, een passende verteltoon, en voldoende gevoel en beeld samen om het verhaal voort te duwen. Dat doet Grisham: het verhaal bepalend laten zijn en zo de lezer meenemen en een prima leeservaring geven. En dan moet het geheim waar op de cover over gerept wordt nog komen. Natuurlijk heeft dat met de boevenpraktijken van advocaten verbonden aan het grote kantoor waar Broch werkt te maken, daar kom je gauw genoeg achter.

Helder levendige beschrijvingen stuwen het verhaal voort. Klassiek dwingen proza. Het was de derde keer dat ik in Chicago was, en de vorige twee keer was het net zulk slecht weer geweest. Ik nam een kop koffie en kocht een krant om me achter te verschuilen, en vond een uitkijkpunt aan een tafel in een hoek van het immense atrium op de begane grond. De roltrappen kriskrasten naar de eerste en tweede verdieping, waar meer dan tien liften stonden te wachten.

janvanmersbergen