Bij het afzwemmen van mijn jongste zoon, een tijdje geleden alweer, kwam ik mijn oude benedenbuurman tegen. Hij was inmiddels opa, zijn kleinzoon moest ook afzwemmen. We hadden een leuk gesprek. Hoe gaat het? Goed en met jullie? We keken naar het zwemmen. Toen de kinderen met hun diploma in de hand stonden sprak hij me aan. Er was iets in het huis van mijn ex, die nog boven hem woont. Er liep steeds water door de kolom die ergens bij de badkamer moest beginnen.
Ik zei hem dat ik er wel naar kon kijken. Mijn ex was al maanden niet thuis geweest. Ze zit in een kliniek, voor mensen met psychische problemen. Laat ik het daar maar op houden. Mijn kinderen hebben de sleutel van haar huis. Ik zei tegen de benedenbuurman dat ik wel met mijn dochter af zou spreken, die zit daar vlakbij op school. Dan kon ik naar dat water kijken.
Een paar dagen later zetten mijn dochter en ik onze fietsen op de stoep, zij opende de deur en we gingen naar boven. Op de derde trap hoorde ik het al: spoelwater van de wc bleef maar doorlopen. Er was iets met het doortrekmechanisme, met het afsluiten van de stortbak of de rubbertjes. Die laatste dingen waren in orde, ik moest alleen de doortrekknop even indrukken en opnieuw terug laten veren. Toen stopte het water.
Ik was jaren niet in dit huis geweest. Mijn ex ook maanden niet. De planten waren allemaal verdord en dood. De vriezer was maanden daarvoor niet goed afgesloten waardoor er een enorme bult ijs op de koelkast was ontstaan. In de keuken stonden borden, kopjes, glazen. De waakvlam in de geiser brandde, verder was het huis levenloos.
Mijn dochter was ergens gaan zitten. Ik wilde die vriezer eerst even opruimen, anders zou dat gaan lekken, naar beneden, door de houten vloer. Het was veel werk. Er zaten maaltijden in de vriezer, en in de koelkast lagen pakken kaasplakken. Alles was over de datum. Ik gooide alles in een vuilniszak, deed er ook planten bij die niet meer te redden waren. Ik had al drie vuilniszakken toen ik tegen mijn dochter zei: Doe jij ook nog wat?
Ze zat heel stil op de bank. Ik zag aan haar dat ze helemaal verlamd was, door de sfeer in het huis, door de zooi, door de spullen, de vriezer, de matras die ergens achter in het huis lag, door de ongeopende post, de dode planten. Het voelde als zo’n huis waar jaren niemand meer geleefd had. Dat sloeg op haar gemoed.
Dus ik hielp haar overeind, praatte even met haar en samen maakten we er het beste van. Een klein beetje opruimen kon geen kwaad. Inmiddels staat het huis al een jaar en drie maanden onbewoond. Het wordt gehuurd, maar er is niemand. Het water is niet meer gaan lopen. Laatst dacht ik dat er vast veel huizen in de stad er zo aan toe zijn. Huizen waar niemand leeft. Naast het gewicht van de problematiek voelt dat heel raar.
Aan de ene kant ben ik blij dat mijn ex het huis nog aan heeft weten te houden, al heeft ze daar zelf weinig aan gedaan. De huur wordt automatisch overgemaakt, en dat is het. Misschien moet ze het huis opgeven, als ze niet meer naar huis terug kan. Daar zullen instanties en uiteindelijk ook de huurbaas op aansturen.
Mijn dochter wordt over drie maanden achttien. Ze wil op zichzelf gaan wonen, haar vleugels uitslaan. Die woning van mijn ex zou perfect zijn, voor haar en een vriendin samen, zoiets. Maar dat plan laten we varen. Het is erg moeilijk mijn dochter medehuurder te maken, en daarnaast vraag ik me af of het gezond voor haar is om op die plek te gaan wonen, de plek waar haar moeder haar leven liet ontsporen en waar zij al sinds 2018 niet meer woont. Ze ging er alleen soms op bezoek.
Mijn idee is dubbel. Een redelijk grote etage in die zeer gewilde buurt in Amsterdam, voor een goeie prijs gehuurd, is iets wat je nooit moet laten lopen. Een opknapbeurt en wat schoonmaken en het is een paleis. Ik heb er alleen weinig over te zeggen. De familie van mijn ex zou ermee bezig moeten zijn, maar die indruk krijg ik niet. Mijn dochter heeft het idee daar te kunnen wonen al gauw van zich af weten te zeggen.
Ze gaat haar vleugels uitslaan door niet alleen bij mij weg te gaan en ergens een kamer of appartement te gaan huren, in een andere stad, maar tevens door nog meer afstand te nemen van haar moeder. Dat is een afstand waar ze toen ze tien was zeer veel moeite mee had, uit loyaliteit, en die nu ze bijna achttien is gelukkig meer vanzelf gaat, gewoon omdat ze beter begrijpt wat er speelt.
Dat eindeloos lopende water, die dode planten, die vriezer en die matras zie ik nog heel vaak voor, ook al heb ik me vorig jaar voorgenomen hier zo min mogelijk nog mee bezig te zijn. Ze komen langs in beelden. De waakvlam is te symbolisch om in dit verhaal op te nemen, maar ik denk niet dat die nog brandt.