Ik...
17 mei 2012
... hoorde een moeder van school praten met de kassajuffrouw, en die laatste zei dat ze voor moederdag een setje had gekregen, topje en string, en een tijgerjurkje. Nu ken ik haar wel, ze is het icoon van de Dirk aan het Heinekenplein, blond en op leeftijd. Ze houdt niet van regen en kou, gaat ieder jaar naar Spanje, komt gebruind terug, en als haar zoon een feestje geeft dan doet hij dat bij haar in huis en omdat ze er dan toch zijn, die zoon en zijn vrienden, borrelt ze lekker mee. De moeder van school had geen setje gekregen en vroeg wat ik mijn moeder gegeven had. Ik was wel bij mij moeder op bezoek geweest, met mijn kinderen, en ze had me gevraagd of ik een boek mee wilde nemen voor de buren in de polder, boeren die het gras langs de kade maaiden en soms meehielpen, zoals boeren in de polder dat doen. Dat boek zou mijn moeder dan aan die mensen geven. Zelf vroeg ze nergens om, al vond ze het heel leuk dat wij er waren, op die mooie zondag. Mijn vader en zij hadden een tentoonstelling gemaakt en de hele dag waren er veel bezoekers, net als de zaterdag ervoor, en ze waren heel erg trots, zoals de kassajuffrouw ook trots was op haar setje, op haar zoon, en op het borrelen in het weekend, ook daarop, want ze leeft goed, deze kassajuffrouw.
16 mei 2012
... belde mijn zoon. Hij was jarig. Ik zei: Gefeliciteerd jongen.
Hij zei: Ja.
Ik vroeg hem of hij zijn cadeau al had gezien. De vorige dag had ik een enorme doos naar zolder getild. Heb ik gezien, zei hij, en toen zei hij: Maar Jan, het is nog maar acht uur.
Dat was zo. Ik begreep het. Hij is in de loop van de ochtend geboren, half elf, in het Lucas Ziekenhuis in Amsterdam West, gisteren precies negen jaar geleden. Hij zei: Ik ben nog niet jarig.
Je gaat zo naar school, zei ik. Om half elf kan ik je niet opbellen. Dan zit ik ook op school.
Dat wist hij, ik zou les gaan geven.
En je cadeau? vroeg ik. Vind je het leuk?
Ja, zei hij, maar het is ook gek want meestal vinden jongens die negen worden hun cadeau niet leuk.
En jij wel?
Ja.
Mooi, zei ik. Ik ga naar de trein en kom je straks van school halen.
Hij zei weer ja.
15 mei 2012
... zat helemaal op de achterste bank, net als met schoolreisje. Mijn zoon en dochter zaten naast me, op hun knieën op de zittingen, hun handen over de rugleuning, mijn dochter zwaaide naar de auto die achter de bus reed. Schuin voor me zat een meisje. Ze had haar benen over elkaar geslagen, één been bungelde in het gangpad. Ze had zwarte panty's aan. Haar rok was kort en ver omhoog geschoven. Het deed me denken aan de vrouw laatst op de Weteringschans die met een bakfiets de trambaan overstak en viel en over de straat rolde, ook toen ging er een rok omhoog en die vrouw had geen onderbroek aan. Haar benen bleven even in de lucht steken, toen kantelde ze, en ik zag dat ze dronken was en toen ze tegen de mensen die naar haar toe kwamen begon te praten – o dank u wel, o dank u wel, wat zijn jullie allemaal lief, wat lief – wist ik zeker dat ze dronken was. Dit meisje was niet dronken. Ze had blond piekhaar en las een boek over katten. Niet katten als huisdieren, zoals de katten in het boek dat mijn dochter laatst in een kringloopwinkel kocht, maar over het opereren van katten. In het boek werd geopereerd aan de uterus. Het was in het Engels. Baarmoeder. Die rok was onbewust omhoog gekropen. Ze studeerde. Zwarte panty’s. Mijn kinderen maakten lawaai, ik zei dat ze zachter moesten doen, er zitten nog meer mensen in de bus, en ik dacht aan huisdieren en aan het leren uit boeken, en ik pakte een roman uit mijn tas en las, en de bus reed over de Lek.
14 mei 2012
... was bij de presentatie van het laatste Vakantiedoeboek van Hans Ubbink en ik vertelde de mensen daar dat mijn dochter het jaar ervoor bij die presentatie was, met een vriendinnetje mee, en ze had haar prinsessenjurk aan en stond op alle foto’s. Daarna had ik pas contact met Hans en met de redactie van het boek, en leverde ik een paar verhalen in. Verhalen over liften naar Barcelona en naar Normandië, Frankrijk door. Met vrachtwagens of auto’s. Over snelwegen. Lang geleden allemaal, maar ik weet het nog goed. Het boek ziet er mooi uit. Heel anders dan de literaire bladen, veel foto’s, veel kleur. Spelletjes. Er staat een terrasjesbingo in, dat is leuk. Op een terras zitten met een kaart, om je heen kijken en aankruisen als je iets ziet wat op de kaart staat. Heb je iets te doen. Het was erg warm, beneden in Vertigo, daar was de presentatie. Ik sprak andere schrijvers. Ik dronk spa. Toen ging ik het Vondelpark door, naar huis, net na een bui. Het park was vrijwel verlaten, op een slome Labrador na en zijn baasje die een plastic zak op zijn hoofd had, van de Dirk.
13 mei 2012
... hoorde de kinderen van de peuterspeelzaal achter mijn huis de speelplaats op rennen, eerst de jongetjes en daarna de meisjes, alle fietsjes en karretjes waren voor de jongens en de meisjes speelden met elkaar. Het was lente, het was koud. De kinderen hadden hun jassen tot boven dicht. Ik dronk koffie op het balkon, in mijn t-shirt, het was goed te doen, en even later fietste ik naar het station en van daar het land in, er zat blad aan de bomen maar niet aan alle bomen. Drie vrouwen naast me hadden bekers koffie van Starbucks waar hun naam op stond. Christine, Sabine en de laatste had haar beker zo gedraaid dat ik haar naam niet kon lezen. Ze werkten in de hotelsector. Er komt een nieuw hotel aan de Singel bij Odeon. Ik ken in Amsterdam maar een paar hotels, en bijna allemaal vind ik ze stom. Ze zijn duur of vies of onvriendelijk. Probeer maar eens voor één nacht in het weekend een kamer te reserveren, is heel moeilijk. De trein stopte een paar keer, veel mensen stapten uit, ik tikte een stukje voor een andere website en las het A4-tje dat ik de dag ervoor schreef, een plan voor een nieuw boek. Ik zou dit jaar niet aan een nieuw boek werken, maar dat idee was er woensdagavond opeens tijdens een theatervoorstelling en ik kon het onthouden en uitwerken, en het maakte me blij. Eigenlijk had ik al een beginscène, een dramatische gebeurtenis, maar ik wist nog niet hoe ik die scène in een roman zou plaatsen: meteen aan het begin en van daaruit verder, aan het einde als plot en dan eerst daar naartoe werken, verspreid over het hele boek. Het kan allemaal. Ook wist ik niet wie het verhaal zou moeten vertellen. Een van de drie betrokkenen – grootvader, vader en zoon, of in de derde persoon alles vertellen. Ik wist niet of het in de tegenwoordige tijd moest of in de verleden tijd en ook wist ik niet wat het nu was, het vertelbegin en het einde. Dat alles viel samen tijdens die voorstelling, zodat ik de laatste twintig minuten van die voorstelling gemist heb en ik nogal hyper in mijn hoofd op een bank zat, en later in het café niet veel anders. Nu ligt dat A4-tje er.
12 mei 2012
... zocht het viaduct op om te schuilen, de regen viel loodrecht langs het beton van een van de staanders die hoog en krachtig in het gras stonden, die natuurlijk daaronder ergens verankerd zaten, maar dat was niet te zien. Verderop was het viaduct nog niet klaar en hielden de staanders en de overkapping gewoon op. Er stond een kraan bij. Laatst zag ik bij twee hoge betonnen bouwwerken ook een kraan staan, en die kraan stond op de hoogste en dikste toren, en al duidelijk was dat de twee torens liftschachten waren waar een betonnen gebouw omheen gebouwd zou gaan worden. Ingewikkeld. Eerst de lift, daar een kraan op, dan de rest er omheen plakken. Die kraan kon in ieder geval niet meer verder omhoog. Hier onder het viaduct kroop het regenwater langs het beton omlaag, heel langzaam, in tegenstelling tot de regen, die kletterde. De donkere wolken trokken naar de stad, in de richting die ik ook op moest, dus ik wachtte een tijdje, en toen fietste ik langzaam achter de bui aan, de straten waren nat, er stonden plassen langs de stoepranden, soms zo breed als het fietspad, soms een eind de rijbaan op, en bij iedere auto die me inhaalde keek ik of hij de plassen wel opmerkte.
11 mei 2012
... vond het eigenlijk te smerig om naar te kijken maar bleef toch voor het glas staan. De aap zat voor me. Hij had gekakt en stopte de kak in zijn mond en smeerde het uit tegen het glas dat tussen mij en de aap in zat. Hij deed dat heel langzaam en nauwkeurig. Haast treiterig. Er was verder niemand in het apenhuis. Ik keek alleen maar. Ik dacht aan de kippen die mijn ouders hadden, die door hun eigen kak liepen, en ik dacht aan de schapen die hetzelfde deden. Ik dacht aan de kat van de buren die in de zandbak van de peuterspeelzaal achter mijn huis wil kakken, maar daar steeds een deksel treft. Honden kijken strak voor zich uit als ze kakken, of ze willen niet gestoord worden, of ze concentreren zich. Kippen, schapen, kat, honden, en vorige week een vogeltje op de lantaarn voor mijn huis, die daarop kakte, wit en dun, en toen weg vloog. Die aap was verder in de ontwikkeling dan die andere dieren, hij kan een deken over zich heen schuiven en communiceren met geluid en gebaren, met mensen, maar wat hij nu deed was bijzonder verveeld en smerig en eigenlijk een stap terug in de evolutie. Misschien gebeurt dat bij langdurige gevangenschap. Ik denk niet dat die aap zoiets in het wild zou doen.