De boekpresentatie was in de zaal boven boekhandel Athenaeum op het Spui. Zo stond het aangekondigd: zaal. Het is eigenlijk een studentenkamer waar je kunt komen door steeds smallere trapjes te beklimmen. De boekhandel aan het Spui is sowieso al een doolhof van trapjes en hoekje, wel een erg goeie winkel, maar de architect is ooit iets te enthousiast omgesprongen met hoogteverschillen, relingen, stoepjes en trapjes.
Het betrof het nieuwste boek van André Platteel. Ziet er geweldig uit, dat boek. Hardcover, ingebonden met roze garen, stofomslag, zwarte pagina’s met witte tekst, en andersom natuurlijk ook. Op de cover een soort houtsnede: een magere figuur op een paard. De ontwerper was aanwezig en kreeg veel complimenten. Ik vond het boek erg mooi, ook vind ik altijd dat een zo uitbundige vormgeving afleidt van het boek zelf.
Niettemin, iedereen naar zolder. Buiten was een demonstratie aan de gang, iets met vrede. Er was muziek bij, dus de ramen van de zolder moesten dicht. De toespraak van de redacteur werd verstoord door de speaker waar herhaaldelijk iemands muziek op werd afgespeeld. Boekhandels zijn erg goed in het verkopen van boeken, een avondje de techniek in orde brengen lukt vrijwel nooit.
Het was wel bijzonder leuk, ondanks de benauwde ruimte, het imponerende uiterlijk van het boek en de muziek van elders, en eigenlijk ook ondanks dat de muzikant die Horse with no name zong geen onderdeel van het programma was, waardoor iedereen al begon te praten en zijn liedje in het water viel. Het ging om het boek en de mensen die daarvoor bij elkaar kwamen. Dat was erg mooi.
Er waren niet alleen schrijvers, dat was André’s verdienste. Hij werkt met jongeren en veel van zijn collega’s waren er. Enthousiaste warme mensen. Ik sprak de buurvrouw van André, ze wonen aan de gracht. Er was een jongen die voor onbepaalde tijd naar Brazilië ging. Er was een schrijver van Texel die erg goed schrijft maar er amper aan toekomst en die in gesprekken altijd erg vermakelijk is. Het was, kortom, een leuk gezelschap.
Nu heb ik André ooit begeleid, jaren terug, en precies wat toen gebeurde was bij het maken van deze roman ook het verhaal. De huidige redacteur zei in zijn toespraak dat hij redactionele opmerkingen had en André zei: Ik hoor wel wat je zegt… Met drie dreigende puntjes die inderdaad al verklapten dat hij zich erg weinig aan zou trekken van die redactie. Dat deed André ook al toen ik hem begeleidde.
De boekhandel is tegenwoordig streng op de sluitingstijd. De presentatie was van 17 tot 19 uur, wat gebruikelijk is, maar deze donderdag meldde het personeel al om kwart voor zeven dat ze gingen sluiten, of we naar buiten wilde gaan. Nu hebben ze iedere week wel tien presentaties in deze winkel, dus aan het einde van de week zijn ze er wel klaar mee.
Na afloop begon het eigenlijk pas goed. Bij André thuis was er eten en drinken en konden de gesprekken die in de winkel al gestart waren voortgezet worden. Interessant vond ik de vrouw die voor een grote supermarkteten voedselproducten maakt, vooral groente en fruit. Ze zei: Alles moet gericht op het gemak. Dat is onze tijd. En dan schrijft toch nog iemand een boek, een grote roman, zoals André.
Dat doen, een boek maken, dat vraagt veel, zo zei de partner van André. Dat boek uitgeven vraagt ook veel, zo meldde de uitgever. Hij wil het boek namelijk ook verkopen en heeft daarvoor de mensen nodig die bij de presentatie wat dronken en aten, die het boek cadeau kunnen geven of het over het boek kunnen hebben. Bij deze. Het boek heet Morgen ben ik er weer.
