Van de eerste vijf dubbele bladzijden van het rekenboek van mijn zoontje, groep 7, had ik foto’s gemaakt, zodat we thuis konden zien waar ze mee bezig zijn in de klas en wat we thuis nog konden oefenen. Mijn jongste zoon vindt rekenen lastig, moet soms lang nadenken, durft niet altijd direct het antwoord te geven omdat hij bang is dat het dan fout is, en dat vraagt wat oefenen.

Nu vind ik zelf dat oefenen erg leuk. Een soms waarin gevraagd wordt hoeveel er in een ton zit, die op een tekening voor twee-zesde gevuld is en waar bij staat dat er in totaal 1.200 liter in zit, dat vind ik leuk. Dat soort sommen gingen we oefenen. Of een som waarin al 104 kilometer was afgelegd met een auto, en dat was vier zeventiende deel; hoeveel bedraagt de totale reis?

Het lange nadenken van mijn zoontje had ook te maken met het niet volledig automatisch beheersen van de tafels, van 1 tot 10. Dus dat moest hij ook oefenen. Daar had ik zelf geen zin in, want dat voelt voor mij als iets van groep 4. Dus zocht ik een simpele website met een rekenmachine die tafels geeft. Is de balk helemaal groen, na 25 opdrachten, dan gaat het goed.

Met de meester spraken we vervolgens bij het eerste oudergesprek af dat mijn zoontje iedere dag zijn rekenboek in zijn tas zou stoppen, dan waren foto’s niet meer nodig en konden we gewoon dat boek erbij houden. Prima, maar op de eerste maandag na dat gesprek zei mijn zoontje dat het rekenen die dag zo goed ging, het boek mee naar huis nemen was niet nodig. Had de meester gezegd. Dat was een fijn bericht, maar klopte het?

Die situatie was interessant. Het is natuurlijk erg leuk als het goed gaat, zo snel al deze vooruitgang was verbazingwekkend. En op school was ook wel verteld dat kinderen die huiswerk meekrijgen dat thuis niet vertellen in de hoop dat ze het niet hoeven te maken. Kinderen eigen. Dus ik stuurde een kleine check naar de meester.

Vervolgens vroeg ik me af wat ik kon doen om het oefenen in rekenen voor mijn zoontje prettiger te maken, want ik ben een erg ongeduldige en strenge meester als het om de basis gaat, om dingen die je nu eenmaal moet weten. En oefenen is doen, niet van de tien sommen er negen overslaan omdat je de eerste toevallig wist. Dat voelt die jongen natuurlijk, hij vindt het waarschijnlijk minder plezierig dan ik, dat oefenen.

Dus ik wachtte de reactie van de meester even af, ook moeilijk voor een ongeduldige vader, en liet mijn zoontje de tweede dag ook tafels oefenen. Drie keer had hij ze bijna allemaal goed, één keer allemaal.

janvanmersbergen