Voor boekhandel ‘t Spui schreef ik een verhaal over een tweede huis.
*
Er zijn twee plaatsen in Nederland waar ik op Funda kijk naar een eventuele tweede woning: Venlo en Vlissingen.
Die eerste stad, sorry voor de overvloed aan V’s, vanzelfsprekend vanwege de jaarlijkse viering van Vastelaovend, het Limburgse Carnaval – dat verhaal is bekend. Ieder jaar breng ik sowieso met mijn gezin en vrienden een flink aantal nachten in Venlo door, en hoewel we momenteel een perfect huurappartement gevonden hebben lijkt het me heerlijk om een eigen huis te hebben waar permanent confetti op de vloer ligt, waar voldoende bedjes staan, waar een keukentje in zit en een plekje om te schminken.
Vlissingen kent geen Carnaval, voor zover ik weet. Ik heb Vlissingen leren kennen tijdens een ander geweldig jaarlijks festival: Film by the Sea, waar ik in 2012 in de jury mocht plaatsnemen en een week verbleef met uitzicht op zee, en met name uitzicht op de enorme de containerschepen.
Regelmatig kom ik terug in Vlissingen. Bij het filmfestival, bij een vriend die in Vlissingen woont, in café de Concurrent aan het Bellamypark, op andere momenten. Iedere keer bevalt de sfeer me goed en denk ik: een tweede huis in deze stad zou perfect zijn, dan kon ik wat langer blijven, dan hoef ik niet aan de tijd te denken om de laatste trein terug te halen, dan kan ik morgenochtend eerst naar de containerschepen gaan kijken en langs de boulevard wandelen, en daarna een kopje koffie drinken in het centrum en terug wanneer het mij uitkomt.
Bijkomstig toeval is dat de huizenprijzen in Venlo en Vlissingen ongeveer gelijk liggen. In ieder geval lager dan in Amsterdam. Natuurlijk is er sprake van een beperkt budget, maar als ik dat als maximum instel blijven er ook in Vlissingen nog altijd een flink aantal oranje stipjes op de Funda-plattegrond over.
Het eerste huis dat ik aanklik is echt vlak bij zee. Het blijkt een garage met een ouderwetse houten deur van geschilderd hout waar maar liefst drie verbodsborden opgeplakt zitten. Uitrit vrijhouden, verboden te parkeren en het bord dat aangeeft dat je hier niet mag parkeren.
Het tweede huis is aan de boulevard, met uitzicht op… Dat is even zoeken. Er zijn veel foto’s van de boulevard, maar een foto vanuit een raam met een vensterbank en daarachter de zee is niet te vinden. Wel kijkt een raam uit op een zijstraatje met sombere rijtjeshuizen.
Het derde huis is erg goedkoop maar meet slechts zesentwintig vierkanten meter, één kamer, en ik wil wel graag mijn gezin mee kunnen nemen.
Ik moet even buiten het centrum zoeken. Het volgende huis ligt aan de Badhuisstraat – dat klinkt veelbelovend. Het betreft een bovenwoning met op zolder nog twee slaapkamertjes. Leuk, en groot genoeg, maar erg opgesloten.
Dan treft ik een schattig wit huisje in de Kasteelstraat. Het heeft een diepe begane grond met daarachter een tuin en een zolder van dezelfde afmetingen. In de tuin staat het gras een meter hoog. De zolder heeft houten balken. Er is een ligbad. De keuken is erg kleurrijk, maar daar is iets aan te doen.
Ik bewaar dat huis.
Het station van Vlissingen is helemaal buiten de stad, weet ik. Dat is een eind lopen. Ik denk aan een fiets. Die zet ik op het station van Vlissingen, dan kan ik gemakkelijk bij dat huis komen.
Naar de bekende bioscoop is het vijf minuten lopen, het strand is dus twee minuten verder. Ideaal.
Ik stel me de winter voor, als de containerschepen door het ijs gaan en de wind guur is op de kade. Er zit al een haard in het huis, ik denk aan dit huisje met een houtkachel. Ik denk aan de treinreis naar Vlissingen, die uitzonderlijk lang duurt zodat je tijdens die reis de tijd hebt om te werken. Ik denk aan mijn dochter die inmiddels zestien is en het hele land doorreis in de zomer met vriendinnen, en die het erg leuk zou vinden om dit huisje een week voor zichzelf te hebben, en haar vriendinnen.
Ik kijk of het hartje van Funda dat aangeeft dat ik dit huis wil bewaren wel echt rood gekleurd is.
Wat ik alleen nog wil weten: Kan ik straks, als we hier dat tweede huis kunnen opzoeken wanneer wij daar zin in hebben, zoals velen in Zeeland doen, overdag naar een boekwinkel lopen en precies het boek kopen dat ik op dat moment wil hebben, het boek waar ik die dag naar uitkijk?
Natuurlijk, in deze moderne tijd is alles te bestellen, maar een boek laten bezorgen in een huis waar ik niet het hele jaar ben is lastig, dan komt het bij de buren en die mensen die ik ook niet het hele jaar en zij voelen zich dan net een afhaalpunt voor die schrijver met zijn tweede huis in Vlissingen.
Een boekwinkel, die moet er zijn. Waarom dat niet vermeld staat op Funda is me een raadsel: afstand tot een kwaliteitsboekhandel, zoveel minuten lopend of met de fiets.
Ik heb het allemaal uitgezocht. Ik heb vertrouwen. Ik ben gerustgesteld. Van de Kasteelstraat is het drie minuten fietsen of negen minuten lopen naar de St. Jacobskerk en precies in de schaduw van die kerk zijn alle boeken te koop die ik wens.
Ik ga een bod doen.
De boekhandel aan het Spui is cruciaal.
Misschien eerst thuis overleggen, maar daarna gaan we vast een bod doen.
Ik zal de boekhandel opvoeren als argument, ook thuis. Je hoort schrijvers soms zeggen: De boekhandel is mijn tweede huis. Voor mij lopen de lijntjes anders: bij mijn tweede huis wil ik een boekhandel.
Vlissingen, zorg dat jullie woningmarkt aantrekkelijk blijft. Zorg voor jullie boekhandel.