Slechts één keer heb ik iemand weggestuurd bij een workshop. Het was een reeks op locatie, een groep van acht aspirant-schrijvers die al eerder bij elkaar waren gekomen onder begeleiding van een schrijver die ik ken. Ik nam de groep over, zes of acht avonden, dat weet ik niet meer precies, iedere maand was het in ieder geval, en één van de deelnemers wilde niet schrijven. Die deelnemer wilde vooral al schrijver zijn.
Dat is op zich niet zo erg, veel aspirant-schrijvers hebben die houding. Ze willen publiceren, ze willen een uitgeverij binnengeloodst worden, ze willen naar het Boekenbal. Maar als ze kritiek krijgen op hun proza dan blokkeren ze, dan zijn ze niet in staat de tekst die er ligt te verbeteren. Meestal is dat er na twee of drie avonden wel af, als blijkt dat schrijven hard werken is. Deze deelnemer hield dat vol.
Aan het begin van de tweede of derde avond werd hij al een beetje schrijver. Als je zo bij elkaar komt eens de maand dan praat je even bij en laat je iedereen even kort vertellen wat er zo gebeurd is, of het grote boek nog vorderingen maakt. Deze schrijver, een man, zei al gauw: Ik ben tweede geworden bij de schrijfwedstrijd van Nieuwegein. Dat heb ik altijd onthouden. Het was een prestatie die de anderen ontzag in moest boezemen. Wie er in de jury zaten van die wedstrijd weet ik niet, en ook niet wie er eerste werd.
Een schrijver dus die wil presteren. Als er vervolgens geschreven werd, aan de hand van opdrachten, dan kwam de beste man wel met een verhaal, maar het aanhoren van opmerkingen over dat verhaal was een volgens item dat me tegenstond. Hij reageerde niet. Hij liet iedereen een zegje doen, soms een compliment en soms kritiek, maar deze schrijver gaf nergens blijk van een besef van de kritiek. Hij stond boven de kritiek. Hij deed er vervolgens bij het herschrijven niks mee. Een ander perspectief kiezen was al bijna te veel. Het verhaal dat hij geschreven had was goed genoeg.
Daarbij kwam nog dat hij nog wel een beetje aanwezig was als zijn eigen verhalen besproken werden, kwamen de verhalen van de anderen aan bod dan gaf hij zelden thuis. In een workshopgroep leren schrijver meer van de andere deelnemers dan van mij, is mijn uitgangspunt, maar deze schrijver was met zijn gedachten niet bij het werk van anderen. Het was net of hij niet luisterde als een van de anderen een verhaal voorlas, en daar iets over zeggen gebeurden helemaal amper.
En lezen? Ook minimaal. Op een van de avonden middenin de reeks gaf ik voor thuis een leestip. Een mooi kalm beschreven indrukwekkend boek dat in de derde persoon verleden tijd is beschreven. Lees daar het begin van, zei ik. Gewoon een paar bladzijden om te zien wat het met je doet, die vertelwijze. De betreffende schrijver kwam de volgende avond aan het woord: In dit boek gebeurt niks.
Dat was het wel. Ik weet dat lezen moeilijker is dan schrijven, en zeker moeilijker dan vertellen over je eigen schrijfprestaties. Een schrijfwedstrijd is nog tot daaraantoe, een boek beoordelen op: er gebeurt niks, gaf blijk van niet willen. Deze man wilde niet lezen, zich niet verdiepen, alleen schrijven maar amper herschrijven; hij wilde vooral zenden wat hij vond dat goed was, en daarvoor waardering oogsten. Dat kon ik bij een workshop niet gebruiken, het hield de groep op.
Dus ik meldde de groep na de vierde of vijfde avond dat we in het vervolg zonder deze schrijver verder zouden gaan. De groep reageerde verbaasd en geërgerd, want zo’n vaste groep ontwikkelt een bepaalde sociale samenhang en vriendschap, en ze gunden deze schrijver zijn plekje in het lokaal. Die plek had-ie, zei ik. Maar een workshop vraagt een actieve houding. En dat had de man niet. Hij kon beter zijn verhalen insturen naar schrijfwedstrijden, bijvoorbeeld die van Meppel. Daarvoor had hij nog drie weken.
Het wegsturen lukte niet. De groep won. Ze gingen in overleg met de schrijver en koppelden terug naar mij, en uiteindelijk gaf ik toe dat de schrijver zijn reeks af zou kunnen maken, zo lang maar duidelijk was dat hij echt iets aan zijn houding moest doen. Dat deed hij, mondjesmaat. Hij reageerde wel iets meer op de verhalen van anderen en over schrijfwedstrijden heb ik hem nooit meer gehoord.