In de roman Het archief portretteert Thomas Heerma van Voss de redactie van een literair tijdschrift. Het is gemakkelijk te herleiden wie de redactieleden zijn, Thomas heeft alleen de namen veranderd. Omdat het boek precies de lange periode bestrijkt waarin ik samen met Thomas en twee anderen de redactie van de Revisor vormde moest ik wel in Het archief voorkomen.

Meteen bij de eerste kennismaking vertelt de hoofdpersoon Pierre: Het was het najaar van 2019. Ik zei weinig, en mijn handen waren klam geweest toen ik zojuist het café binnen stapte, maar inmiddels voelde ik me steeds meer op mijn gemak. Bij Berts ietwat norse houding, zijn mompelende manier van praten.

Bert dus. Verderop in de roman pulkt Bert een stukje appel tussen zijn tanden vandaan. Het bewijs dat Thomas fictie schrijft, want ik eet nooit appels en al helemaal niet tijdens redactievergaderingen. Verder leunen de beschreven scènes dicht tegen de werkelijkheid aan.

‘Hoeveel abonnees zijn er exact?’ werd eens in mijn begintijd gevraagd.
Ik weet niet meer wie het zei, ik weet alleen dat het Bert onmogelijk geweest kan zijn, want die leunde naar me toe en fluisterde: ‘Het is zo deprimerend weinig dat ik mijn oren altijd dichtdoe als iemand erover begint.’
O jee, dacht ik, volgens mij wil ik het aantal ook helemaal niet horen.

Een andere tekende passage:

‘Kunnen we niet iets doen met alle ingestuurde verhalen en gedichten?’ vroeg Bert. ‘Het zijn er inderdaad idioot veel, dat worden er alleen maar meer, iedereen is aan het schrijven. We hebben nu meer inzenders dan lezers.’
‘We kunnen iedereen die instuurt verplichten om een nummer te kopen of abonnee te worden,’ zei de publiciteitsmedewerkster.
‘Maar we wijzen vrijwel iedereen af,’ zei ik.
‘Misschien een automatische mail,’ zei Bert. ‘Je bent afgewezen, word abonnee om te zien hoe het wel moet.’

En nog een:

‘Jullie zitten er een beetje melig bij, het is ook heel gezellig allemaal en we moeten het goeie humeur zeker vasthouden, en ja, jullie blijven een instituut,’ zei de redactrice. ‘Maar hopelijk dringt dit wel door: het is inmiddels vijf voor twaalf. De tijden zijn echt veranderd.’
‘De tijden zouden eens hetzelfde blijven,’ zei Bert.

Het gemompel begon me gaandeweg de roman wel aan te staan. Het was niet eens een uitvergroting van hoe in me in die redactie bewoog. Ik had niks met de opportunistische en ergens ook meelijwekkende overschatting die in dergelijke groepjes heerst. Iedereen vindt het tijdschrift ontzettend belangrijk, iedereen klopt zich op de borst. Ik wilde gewoon mooie verhalen vinden, die redigeren en publiceren.

Toen Thomas een flink aantal jaren in de redactie van de Revisor zat besloot ik ermee te stoppen, na tien jaar. Zoals ik onlangs ook na tien jaar stopte met het geven van schrijfworkshops.

‘Deze redacteur wil hoe dan ook door,’ antwoordde ik.
Bert reageerde dat hij die mening deelde, daarna was hij dagenlang stil en toen verscheen een nieuw teken van leven, een onderwerploos mailtje dat ook aan het bestuur was gericht. Hij ging uit de redactie stappen. Direct.
Kennelijk was Bert met zijn nieuwe vriendin recent naar Weesp verhuisd. Daar had hij nooit iets over gezegd. Kende ik die vriendin überhaupt, had ze ooit iets van ons online een hartje toebedeeld, had Bert haar naam eens laten vallen? Zijn hypotheeklasten waren hoger dan voorzien, vermeldde zijn mail. Hij had alles nog eens op een rijtje gezet. Hij moest zakelijker worden en kreeg bovendien genoeg van wat hij ‘dit deprimerende geleur’ noemde.

Hij heeft er Weesp van gemaakt. Goed gekozen, ik woon vergelijkbaar. De hypotheeklasten waren niet de reden, ik was wel al die tijd zakelijk. In ieder geval vond ik de redactie sterk neergezet. Het geleur was erg lastig. Het was bekend dat het tijdschrift erg weinig lezers had, de roep om gelezen te worden stond me erg tegen. Ook de roep om abonnees te werven. Word abonnee! Wie zou dat doen?

Later schreef ik voor het tijdschrift uit de roman van Thomas, Arabesk, een kort verhaal dat onder de naam van Bert gepubliceerd werd. Echt op papier. Het was een mooie ronde cirkel: de Revisor kwam in een roman, het tijdschrift uit de roman werd ook echt gemaakt. De werkelijkheid werd fictie en die fictie werd weer werkelijkheid. Dat is ons wereldje.

janvanmersbergen