Wie thrillers leuk vindt moet Elmore Leonard lezen. Dat zeg ik niet alleen, George Pelecanos, Michael Connelly en Dennis Lehane zijn sterk beïnvloed door de manier van vertellen die Leonard in ieder boek weer aan de dag legt. Zijn omnibus, waarin ook Get Shorty opgenomen is (vertaald als Geldschieter), wordt afgesloten met de vertaling van Maximum Bob (Doodstraf). Blijkbaar had de uitgeverij, Holkema en Warendorf, destijds, in 1999, zin in lekkere korte agressieve titels, die weliswaar niet zo goed bekken dan die van Leonard zelf, maar ergens past het goed op de rug van deze dikke pocket.
Verhaal en personages, het maakt Leonard niet uit, hij begint met een goeie knallende zin: Dale Crowe junior vertelde Kathy Baker, zijn reclasseringsambtenaar, dat hij niet zou weten wat hij verkeerd had gedaan. Hij was naar de discotheek gegaan om een maat van ‘m te treffen, had terwijl hij aan het wachten was één pilsje gedronken, meer niet, en zich met niets of niemand bemoeid, toen ineens die go-gohoer naar zijn tafeltje was gekomen en hem een privé-voorstelling begon te geven waar hij helemaal niet om gevraagd had.
Daarna neemt Dale zelf het woord, en zoals bekend ben ik dol op perspectief, maar Leonard geeft gewoon een halve bladzijde lang weer wat die jongen tegen die mevrouw zei. Ze doen je knieën uit elkaar om dichterbij te komen, zei Dale Crowe, zodat ze de handel recht in je snufferd kennen duwen. Leonard belooft: ik laat alles zien wat er gebeurde en wat er gezegd werd. Ik ga de lezer de film tonen van dit geval, en omdat je de flaptekst al gelezen hebt, over een rechter die Gibbs heet en die erom bekend staat vaak de maximale straf op te leggen – vandaar Maximum Bob.
Schrijven is een belofte doen, en die inlossen. Leonard begreep dat. Hij opent meteen met een scène, waarin Kathy Diaz Baker haar jongen begeleidt naar de rechtbank, waar op de derde pagina Bob Gibbs al opduikt. Nu gaat het gebeuren. Geen loze beschrijvingen, geen poëzie die het verhaal op kan houden, alleen wat er gezegd werd en wat er gebeurde op die dag in de rechtbank. Je zit als lezer ergens op een van de bankjes toe te kijken.
De verhalen zijn even rauw als chaotisch. De personages zijn verknipt en toch goedgebekt, er is geweld en onverschilligheid, Leonard pocht met beschrijvingen van actie en seks, steeds voel je als lezer dat hij daarvan echt heeft genoten tijdens het schrijven, en soms zijn de passages ronduit slecht te volgen, maar het leeft allemaal wel, en dat komt door die kenmerkende toon:
De gouden wanden glinsterden en de zebra bewoog, klaar om op te staan. De zebra kon verklaard worden: Earlene de go-gohoer, die de salsa deed op zijn huid in haar G-string, topless. Alsjeblieft, zei dr. Tommy, niet zo wild. Het enige wilde waar hier sprake van was, had Earlene vijfentwintig dollar gekost.
Zo gaat het nog even door, en het is alsof je naar een film van Tarantino of de goeie stukken van The Hangover zit te kijken, die hoogstwaarschijnlijk beïnvloed zijn door Leonard, of door de verfilmingen van zijn verhalen. Daarover gesproken: er is een aparte wiki-pagina die heet: Films based on works by Elmore Leonard. Op alfabet zijn 23 films onder elkaar gezet. Welke schrijver heeft zo veel verfilmingen bij elkaar gepend?
Ik lees Leonard voor het onmiskenbare leesplezier. Veel boeken lees je als een worsteling, en daar heb ik niet altijd zijn in – schrijvers die lezers aan het denken zetten en die niet alles voorkauwen, oké. Maar schrijvers die lezers echt tergen met hun zinnen en gebrek aan verhaal en oninteressante personages en ander gepieker, die doen me soms naar de bovenste plank van mijn boekenkast grijpen, waar een hele rits boeken van Elmore Leonard staat, naast de boeken van Dennis Lehane, vanzelfsprekend. En die boeken stellen, ook bij herlezing, nooit teleur. Ze geven wat ze beloven, en niks meer.
