De kunsthistoricus en de schrijver zaten dit keer aan de ronde tafel, achterin. Ze zaten op het bankje dus hadden ze goed zicht: de deur om te kunnen zien wie er binnen zouden komen, de bar om subtiel te kunnen wenken en bestellen, de achterste hoek om te zien wie er naar de wc gingen. Dat laatste kende die avond een bijzonder patroon.

Een man met een zeer volle en donkere baard, die zijn erg kleine hoofd nog enigszins gewicht gaf, ging voor de derde keer in korte tijd naar de wc, ondanks dat hij amper wat dronk. Dat is een ander type cafébezoek dan wij aan trachten te meten. De kunsthistoricus zei: Die meneer heeft een erg kleine blaas.

Nu ging de baard, die muzikant is en in een ontzettende populaire band speelt, de eerste keer alleen naar de wc (naar de heren) en de andere twee keer samen met een grote man, die erg brede schouders had (naar de dames). Ook al was het al geruime tijd donker, hij droeg een zonnebril.

Dat bezoekje aan de dames-wc duurde erg lang. Misschien heeft die grote man ook een kleine blaas, zei de schrijver. Dat moet haast wel, reageerde de kunsthistoricus. En gelukkig kunnen ze elkaar bijstaan bij die problematiek en ongemakken. Lief van ze.

De avond vorderde. Het effect van de kleine blaas was dat boven de baard en achter de zonnebril de ogen van deze mensen zich behoorlijk verwijdden. Dat was een neveneffect. Ook veranderde de motoriek van de cafégasten met de kleine blaas. Ze oogden eerst wat stroef en gelaten, uitgeblust bijna, en krakkemikkig. Maar het wc-bezoek luchtte zo op dat ze na een aantal keer echt monter en opgewekt en druk gebarend langs de bar schuifelden.

Verder waren aanwezig: de beroemde columniste, de documentairemaker, de tekenaar, de kunstrecensente, de uitgever, en de mevrouw van het ministerie en de schrijver die na twee biertjes steevast begint te huilen. Mooi groepje. Er werd over van alles gesproken maar niet over kunst of literatuur.

Toen de baard en de grote man met de zonnebril voor de vierde keer samen naar de wc gingen (de heren dit keer) opperden de schrijver en de tekenaar het plan om een snuifluikje te maken tussen de wc en het bankje bij de ronde tafel. Dan hoefden ze alleen hun hoofd door dat luikje te steken, en hoefden ze niet zo lang de plee bezet te houden.

De tekenaar leek het beter dat dat snuifluikje op de plek zou komen van de vitrine waar iedere maand een andere kunstenaar mag exposeren, met slechts één kunstwerk. Ooit hingen daar de viltjes die hij getekend had, de schrijver stond daar ook op geportretteerd. Dat is eigenlijk toch wel de beste plek ja, de vitrine.

Ze lichtten het barpersoneel in. Deze jonge mensen vonden het een prima idee en zouden het doorgeven aan de directie. De schrijver die na twee biertjes steevast begint te huilen kreeg zijn derde biertje. De beroemde columniste knikte hem vriendelijk toe. Proost.

janvanmersbergen