Het tweede deel van de Zwarte Heerlijkheid verschijnt vandaag. Het heet Recht op de dode hand, en gaat over de nalatenschap waar een gezin mee te maken krijgt als de vader plotseling overlijdt.

Moeder en dochter staan er alleen voor. Gaan ze het redden? Oud-politieman Erik Rappel, net een jaartje weer terug in de streek waar hij opgroeide, is de eerste die beseft dat ze hulp moeten bieden. Het meisje echter draagt een geheim met zich mee, waar Rappel en zijn vrienden langzaam achter komen.

In de Zwarte Heerlijkheid en aan de andere kant van de rivier in Merwedrecht is een dominee actief die een vorm van catechisatie belijdt die meer zijn eigen behoeften najaagt dan het geloof. De vraag: Gaan ze die man kunnen afhouden van verdere slachtoffers?

Bepalend in het verhaal is het moment waarop Rappel klem zit tussen hulp bieden en zoeken naar wat er precies aan de hand is met dat vreemde stille gehandicapte meisje.

Rappel deed er het zwijgen toe. Hij had even tijd nodig om zijn gedachten te ordenen.
Hij keek naar David, maar die zat met maar één schouder naar hem gedraaid en sprak met Wil. Er kwam nieuw bier op tafel, de avond was als iedere andere woensdagavond in deze woning met de veranda ervoor. De muziek veranderde weer. Of in ieder geval veranderde het tempo, want de tonen waren altijd die van de zuidelijke staten van Amerika, zacht en mijmerend, of hard en rockend.
Rappel ging tegen de rugleuning van zijn houten stoel zitten, strekte zijn benen en terwijl hij naar de tekening keek, die nog steeds op tafel lag, dacht hij na over deze avonden die sinds het café in het dorp gesloten was en discotheek Himalaya nog slechts een schim uit een ver verleden was, zo vaak hier plaatsvonden. Toen ze zelf allemaal nog jong waren werd de huiskamer van Lammie al hun avondkroeg, waar iedereen zich thuis voelde. Het deed Rappel altijd denken aan
Cheers, de tv-serie uit zijn jeugd over een café in een stad in Amerika. Boston, meende hij. Een stad, ongeveer net zo groot als het Amsterdam waar hij dertig jaar lang woonde.
Where everybody knows your name.
Nou, dacht hij bij zichzelf, wie zijn jouw bekenden, Maartje? En hij dacht aan haar moeder Marianne en aan haar vader Job die er niet meer was, en hij dacht aan Chiel. De man van Elske had hem maanden terug verteld dat er vroeger in deze heerlijkheid rechten afgegeven werden om een stuk grond te bebouwen, om een molen te laten draaien, om de orde te handhaven, maar ook het recht op een vergoeding als er iemand overleden was.
Zo voelde het, voor Rappel. De dood van die man werkte door op zijn vrouw en zijn dochter. Als een restschuld. Dat zat hem dwars. Er is bij Maartje iets op haar smalle schouders gelegd. Daar gaat ze onder gebukt.
Letterlijk, dacht hij, met de tekening voor zich, want met die kruizen en dat bloed en die dreigende handen leek de dood over haar tekening te dolen.
Wat het ook was, dit meisje had haar rugzakje vol bagage. En wat dit voor Rappel betekende: hij wilde haar ontzien en beschermen.
Niet iedereen leek er even hardvochtig mee bezig te zijn, integendeel. De anderen leken te denken: laat het rusten. Het verleden is geweest. Rappel wilde die erfenis ontrafelen. Hij wilde weten wat er gebeurd was en wie er achter zat, en of dat nu nog speelde. Vooral dat laatste. Hij wist alleen nog niet hoe hij daar achter kon komen.

De thriller is hier te koop, bij een heleboel online winkels, maar het is natuurlijk altijd leuk om je lokale boekhandel te steunen met een bezoek en een bestelling aldaar.

janvanmersbergen