Afgelopen juni las ik De sneeuwman, van Jo Nesbø (vertaling: Annelies de Vroom). Lange tijd lukte het me niet om de boeken van deze Noorse schrijver te lezen. Het pantserhart stond erg lang in de kast en steeds kwam ik er niet aan toe omdat zich andere schrijvers aandienden (Michael Connelly, Arnaldur Indriðason, SA Cosby). Tot ik Het pantserhart las en binnen honderd bladzijden direct een aantal andere thrillers van Nesbø bestelde. Ik las eerst De roodborst, een wat moeilijk verhaal omdat het deels in de Tweede Wereldoorlog speelt en deels in onze huidige tijd, waardoor je als lezer moeite hebt om met alle personages in die verschillende tijden mee te leven. Daarna dus De sneeuwman, en dat is bijzonder sterk.

Het gegeven is eenvoudig: als de eerste sneeuw valt ontvoert een man vrouwen waarvan hij weet dat ze vreemdgaan. Als teken laat hij voor de huizen van de slachtoffers een sneeuwpop achter. Eenvoudig, maar ook ingewikkeld, want hoe weet deze man dat die vrouwen vreemdgaan? Het is aan politieman Harry Hole dat uit te zoeken. En dat gaat op een prettige manier langzaam.

Hole wordt bijgestaan door een team van uiteenlopende interessante bijpersonages en op hun zoektocht komen ze een hele rits aan mensen tegen die verdacht zijn: een arts, een man wiens vrouw vermist is nadat ze kippen slachtte, een bekende en op seks beluste mediapersoonlijkheid. Het is soms lastig al die mensen met hun Noorse namen uit elkaar te houden, maar toch zat ik in een mum van tijd op pagina 300.

Leest als een trein, hoor je lezers vaak zeggen. Dat zijn doorgaans lezers die zo min mogelijk willen doen om het proza dat een boek biedt tot zich te nemen. Met andere woorden: gemak dient deze lezers. Bij Nesbø kom je een tussenvorm tegen. Het is geen ingewikkelde literatuur, het verhaal heeft de overhand, maar de personages zijn goed en ook de beelden die hij oproept, vooral om de staat van zijn van hoofdpersoon Hole te duiden, zijn heel sterk. Die zouden in een literaire roman niet misstaan.

Vooral de scènes waarin Hole weer samen is met zijn ex, die op het punt staat te trouwen met ene Michael, zijn heel mooi, dampend en interessant. Zowel deze Rakel als Hole weten dat ze tot elkaar aangetrokken worden, dat het de laatste keer is dat ze samen zijn, en toch blijkt dat niet zo te zijn. Ze zitten gevangen in hun passie voor elkaar. En bovendien, dit gegeven past zeer sterk in de opzet van het verhaal.

Rakel knikte stom. Ze rookte niet, maar toen ze geliefden waren deden ze dat altijd nadat ze gevreeën hadden: een sigaret delen. De eerste keer dat Rakel een trekje had gevraagd van zijn sigaret, had ze gezegd dat ze het wilde omdat ze hetzelfde wilde voelen als hij: net zo vergiftigd en gestimuleerd willen worden als hij, zo dicht mogelijk bij hem komen. En hij had gedacht aan die junkiemeisjes die hij was tegengekomen en die om dezelfde idiote reden hun eerste shot hadden genomen en hij had geweigerd. Maar ze had hem omgepraat en langzaam was het een ritueel geworden. Wanneer ze langzaam, loom en lang, hadden gevreeën dan was de sigaret een soort verlengstuk van hun vrijpartij. Een andere keer was het als het roken van een vredespijp na een ruzie.

Ik lees thrillers vanwege het verhaal en de manier waarop in proza een onderzoek naar een verhaal vorm te geven is. Mooiste moment in De sneeuwman is wanneer Hole op televisie verschijnt in een talkshow, samen met een man die hij verdacht vindt – de mediapersoonlijkheid. Hole heeft een pokerspeler ingeschakeld die heel goed non-verbale uitdrukkingen kan lezen, van zijn pokertegenstanders, maar ook van mensen op tv. Slim!

Zoals bij veel thrillers gaat het verhaal langzaam naar een slot toe, met wat wendingen en verrassingen, soms even de hoop dat ze de dader te pakken hebben, en dat blijkt het toch weer iemand anders te zijn. Voor mij is zo’n afwikkeling vaak bladeren, maar bij De sneeuwman niet. In dit boek blijven personages en karakters interessant genoeg om de onafwendbare afwikkeling sjeu te kunnen blijven geven.

De sneeuwman telt 38 hoofdstukken, en dat zijn met 477 pagina’s relatief lange hoofdstukken. Twaalf pagina’s per hoofdstuk. Tegen het einde, als de ontknoping nadert, schakelt Nesbø terug naar 1980, ver terug in de tijd waar het verhaal ook mee opent, en dan opeens volg je ruim twintig pagina’s de dader, dat is al snel duidelijk. Over een lange periode, met forse sprongen. Een soort levensloop die de lezer wordt geschonken op een moment dat nog niet helemaal duidelijk is of Hole dit ook weet. Het werkt goed. De spanning is vanaf dat stuk: hoe komt Hole hier achter?

Daarnaast is een van de opmerkelijkste punten die aangesneden wordt: Noorwegen heeft nooit een seriemoordenaar gekend, tot die sneeuwman, in fictie. Heel bekend is de veelvoudige moord op het eilandje Utøya, maar dat was geen seriemoordenaar in de zin van dat die dader steeds een ander slachtoffer kiest, als in een reeks. Het bracht me bij de vraag of Nederland dergelijke seriemoordenaars heeft gekend. Dat heb ik opgezocht.

janvanmersbergen