Een tijdje terug kwam ik op station Amsterdam Zuid Ton Schimmelpennink tegen. De oud-boekhandelaar ging op reis, ik weet niet meer waar naartoe. Hij was samen met een vriend. We kletsten even, zoals we in zijn boekwinkel aan de Weteringschans ook vaak kletsten, kalm, met stiltes die geenszins ongemakkelijk waren. Serieus en grappig.
Toen mijn debuut verscheen woonde ik tegenover het Weteringcircuit, aan de kant van de Pijp. Ik kwam soms al in zijn winkel, maar toen hij hoorde dat ik een debuut had geschreven zei hij meteen: En wil je dat dan niet hier presenteren?
Dat wilde ik wel, liefst met muziek erbij. Ik trok veel op met muzikanten, een aantal van hen zie ik nog steeds regelmatig. Dat leek me leuker dan alleen een toespraakje en voorlezen en borrelen. Muziek en een toespraakje en voorlezen en borrelen, dat is completer. Zeker als de jongens van Lazy Sunday Dream komen spelen.

Dus we nodigden een heleboel mensen uit, Ton schatte in hoeveel drankjes hij moest halen, vier vrienden namen hun gitaren mee, het werd een leuke middag en een leuke avond. Ik had nog nooit boeken gesigneerd. Ik had lang haar, omdat ik me voorgenomen had pas weer mijn haar te knippen als mijn debuut er was.
Die inschatting van de drankjes van Ton was aan de zuinige kant. Niet dat hij de mensen geen drankjes wilde geven, hij had niet gedacht dat er zo veel gedronken zou worden. Ik had hem gezegd dat mijn voetbalteam zou komen, en dat vatte hij op als een paar extra flesjes wijn.
Voetballers bleken geen wijn te drinken, maar bier. Uiteindelijk liep Ton een keer of drie naar het Italiaanse restaurant aan dezelfde Weteringschans, ook bij de tramhalte, waar hij steeds een paar treetjes bier haalde.

De leverworst ging ook hard. Ton was niet van de sjieke hapjes, van de toastjes met smeersels en blaadjes peterselie. Hij zorgde voor chips, kaas en leverworst. De muzikanten speelden, de voetballers dronken bier, de schaal leverworst ging rond en het moment waarop alles samenkwam was een liedje dat onderbroken werd omdat alle vier de muzikanten een stuk leverworst in hun mond propten.