Omdat het omslag van een boek tijdens het schrijven meestal nog niet bestaat speelt beeld in de eerste fase alleen in de tekst een rol. Als het boek bijna helemaal af is en aangekondigd moet gaan worden, gaat de uitgeverij aan de slag met flaptekst, auteursportret en omslag.

Dat laatste betekent: een ontwerper wordt kort ingelicht waar het boek over gaat. Zo ging mijn roman Morgen zijn we in Pamplona over een bokser die vlucht uit Amsterdam en via een lift bij de stierenrennen in Pamplona terecht komt. Vast en zeker heeft de ontwerper van het omslag doorgekregen: boksen, stieren, Spanje, Pamplona, geweld, vechten, folklore, wit en rood, een reis, stoere mysterieuze man…

Moeilijk, dat weet ik nog wel. Omslagen met boksers en stieren en geweld doen het in de boekhandel en bij het leespubliek dat doorgaans door uitgevers geduid wordt als vrouwen-van-boven-de-50 heel slecht. Die eerste termen vielen dus af, maar bij een reis en die stoere man zag ontwerper Marry van Baar mogelijkheden:

Eén keer heb ik de tekst aangepast nadat het definitieve omslag er was, en dat was vanwege dit beeld. In het verhaal kreeg mijn bokser Danny een lift van verzekeringsman Robert, en die reed in een groene auto. Ik weet niet waarom, maar dat had ik in mijn hoofd. Robert, verzekeringen, groene auto.

Het omslag is echter voor vier-vijfde blauw, en dat beviel me zo goed dat ik de auto van Robert aangepast heb. In de uiteindelijke versie komt de kleur groen van de auto niet meer voor, ik maakte ervan:

‘Dan nadert een grote stationwagen. Een familieauto. Automatisch schenkt hij de auto zijn gebaar en als de auto stopt duurt het even voor hij beseft dat hij naar het geopende portier kan lopen en kan vragen wat hij vragen moet. Bij de auto aangekomen bukt hij zich, niet ver genoeg, zijn ogen blijven voor de bestuurder verborgen boven het dak van de auto.’

Een familieauto dus, dat paste ook bij Robert. Toch komt er weldegelijk een blauwe auto voor in de roman:

‘Hij schuift over de zitting van zijn stoel. Weer prikt er iets. Hij schuift naar voren, voelt in zijn rug en haalt een klein blauw speelgoedautootje tussen de zitting en de rugleuning van de stoel vandaan. Het is een Alfa Romeo 1300. Danny draait het autootje om. Door het raampje ziet hij het plastic stuur, de stoelen en de achterbank. De auto heeft een trekhaak, een nummerbord en zelfs vering. Voor en achter. Op plekken is de blauwe verf afgesleten en is het grijze metaal zichtbaar. Met de nagel van zijn wijsvinger trekt hij het portier open. Dan duwt hij het weer dicht.’

Dat autootje had ik destijds, in 2005 en 2006, op mijn tafel staan. En nog steeds staat het wagentje vlakbij mijn werkplank, op de kast.

Het duurde heel lang voor ik begreep dat deze Alfa 1300 de auto is die afgebeeld is op het omslag. Ik kon nooit die link leggen, want op het omslag ligt er een sterke arm op het portier, en bij de dinkey toy kijkt er een hondje uit het raam. De deurtjes kunnen nog steeds open en dicht.

janvanmersbergen