Op de cover van Het lange afscheid, de klassieker van Raymond Chandler uit 1953 staat een quota van Haruki Murakami: ‘Ik heb dit boek minstens twaalf keer gelezen.’ Die aanbeveling leidde me niet naar de roman van Chandler, dat was het lezen van De postbode belt altijd tweemaal, van James M. Cain, ook een klassieker, van zo’n twintig jaar eerder. Dat boekje slechts 125 pagina’s heeft zo’n moordend tempo en mooie vlakke personages die zich amper ontwikkelen maar juist heel prettig voorspelbaar zijn en toch echte karakters; ik was benieuwd naar een soort van vervolg in dit genre in Amerika, en dan kom je al snel uit bij Chandler. L.J. Veen Klassiek, onderdeel van Atlas Contact inmiddels, geeft dit type boeken uit.

Ik bestelde Het lange afscheid, zag de quote van Murakami op de cover en was benieuwd op welke manier zijn werk beïnvloed is door de roman van Chandler. Dus de quote die Het lange afscheid aanprees maakte dat ik Murakami’s meest gelezen roman, Norwegian Wood, bestelde, die ik een eeuwigheid terug al eens probeerde te lezen, en waarin ik hopeloos verstrikt raakte. Opeens had ik een kader, een leesrichting, en begon ik opnieuw aan deze roman, misschien ook al een klassieker, want het boek is al bijna veertig jaar oud.

Lezen dus, mooi. Ik verbaas me er al jaren over hoe je persoonlijke ontwikkeling een boek kan veranderen. Verschillende romans en thrillers waar ik in de vorige eeuw totaal niks mee kon, als lezer, verslind ik nu. De romans van Philipp Meyer vond ik eerst heel lastig te lezen, nu weet ik hoe goed ze zijn. Grisham negeerde ik lange tijd omdat de omslagen me niet aanspraken – dat kon niks zijn, maar vrijwel al zijn rechtbankthrillers zijn bijzonder goed gemaakt en vermakelijk. Indridason herinner ik me als niet doorheen te komen, nu zie ik zijn thrillers als het beste in het Scandinavische misdaadgenre. In Nederland leerde ik hoe je Grunberg moet lezen, ik begon met Tirza en opeens had ik door wat Arnon in zijn proza met de lezer doet, en ik las een aantal andere romans van hem, en geen enkele keer viel het tegen. Murakami dus een tweede kans geven, de schrijver verdient het en ik als lezer wellicht ook.

Maar eerst Het lange afscheid. In dat boek ontmoet privédetective Philip Marlowe een alcoholische oorlogsveteraan met een koffertje, en al snel raakt hij betrokken bij allerlei verwikkelingen. Het is zogeheten hard-boiled geschreven, een beetje een holle term voor misdaadverhalen die zonder al te veel bloemrijke krulletjes neergepend zijn – meestal leest het wel goed. Chandler voert vooral een ik-verteller op die terugkijkt op de gebeurtenissen, en als hij bijvoorbeeld zeer uitgebreid beschrijft hoe het koffiezetapparaat werkt, dan voegt hij aan die beschrijvingen toe: ‘Waarom ging ik zo gedetailleerd te werk? Omdat de beladen sfeer van de kleine dingen een prestatie maakte.’ Hij weet dat destijds het koffiezetten heel wat van hem vroeg, vanwege die ander, die overigens met een groot pistool voor zijn deur stond, vlak voor het koffiezetten. Slim verteld dus, bewust en direct.

Norwegian Wood is niet de roman waarin je de invloed van Chandler op Murakami kunt zien, dat had ik al snel door. Toch las het boek opeens heel anders. Het liefdesverhaal van de wat stuntelige student las als een feelgood-roman. Met Chandler in mijn hoofd las het wel goed, moet ik zeggen. Watanabe, de verteller van Murakami is erg onzeker, de situaties die hij schetst en de decors die hij beschrijft zijn wel strak. Beeldend. Een studentenkamer waar juist geen pin-up hangt maar een foto van Amsterdamse gracht, dat is allemaal volstrekt helder. Terwijl in het samenzijn met zijn meisje, Naoko, de verteller vaak wat vaag wordt. ‘Ik ben veel meer in de war dan jij denkt,’ zegt dat meisje. Nu ik Murakami herlees springt die zin eruit, en wordt alles wat de verteller over dat meisje zegt in een heel ander perspectief geplaatst.

Toch, de manier waarop de gebeurtenissen elkaar opvolgen lijkt op de structuren van Chandler, de gelaten verteller, dat is zeker geen Chandler. Dat onzekere van de hoofdpersoon. ‘Er valt mee te leven,’ zegt de student van Murakami, ‘je moet het ermee doen.’ En als hij berustend urenlang achter Naoko aanloopt herken ik in dit personage niks van een Chandler-personage. ‘Ik liet het erbij,’ zegt Watanabe. Misschien is dat wat me destijds, bij de eerste lezing, zo stoorde. Dat eindeloos gelatene. Bij Chandler overkomt Marlowe ook van alles, en soms laat hij de tijd voorbijgaan, gelaten en berustend is hij niet. Hij heeft in gesprekken zijn mondje klaar en gaat vlot over tot actie. Watanabe, echter, zegt: ‘Er viel niets meer te zeggen.’ En even verderop: ‘Een paar keer probeerde ik met Naoko over deze gevoelens te praten (…) Maar ik kon de woorden niet vinden.’ Die uitgesponnen, bijna eindeloze, drang zijn gevoelens onder woorden te brengen stond me nog steeds enorm tegen. Deze Watanabe deed me denken aan een jongen die ik ken, die hetzelfde doet: in plaats van zwijgzaam vrienden te zijn benoemt hij eindeloos die vriendschap. Daar word ik kriegel van.

Ik las verder en zocht verder, binnen mijn nieuwe kaders. Norwegian Wood is toch echt een heel fijne roman. Watanabe en de meisjes, zo las ik het. Op pagina 37 van mijn pocketeditie stelt Wanatabe dat hij graag leest, allerlei Amerikaanse schrijvers, waaronder Chandler. Hij gaat vooral door over De grote Gatsby, en over het steeds maar herlezen van dat boek. Murakami vertaalde Chandler naar het Japans. Dat zijn allemaal weetjes die op zich weinig met het eindproduct te maken hebben, de roman zelf. Onwillekeurig was ik op zoek naar het speuren van Chandler, en in Norwegian Wood begint dat pas in het lange hoofdstuk 6, dat zo’n tachtig pagina’s telt. Dan zoekt Watanabe zijn meisje op – ze is al een tijdje verdwenen, ze blijkt opgenomen te zijn in een kliniek, ver weg in de bossen bij Kobe. De reis daarheen, de ontmoetingen met andere betrokkenen, het ontdekken van Naoko’s toestand, dat was allemaal Chandler, weliswaar een beetje zijig, maar in de basis vergelijkbaar.

De structuur van Chandlers boeken paste Murakami ook toe in De jacht op het verloren schaap, of zoals Murakami in een interview vertelde: hij wilde graag een eenzame ik-verteller die op zoek gaat naar… ‘iets’. Maakt niet uit wat, als de verteller maar verzeild zou raken in allerlei onvoorspelbare situaties. Precies wat Chandler doet in Het lange afscheid. Een dode vrouw, daar begint De jacht op het verloren schaap mee. De dood van een vrouw – herkenbaar gegeven. Geen vrouw zoals Chandler ze beschrijft, die zijn doorgaans blond, hoge hakken, prototype stoot. Murakami houdt het bij dromerige en soms verwarde Japanse meisjes, maar de verteller van De jacht… zat vroeger bij deze vrouw in de klas – eenvoudige opzet dus. Haar naam is hij vergeten, wel een meisje dat ‘met iedereen naar bed ging.’ En nu is ze dood, speuren maar. Met Chandler in gedachten voel je de liefde van Murakami voor dit type romans.

Ook in Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld is die structuur te vinden, met natuurlijk de verwijzing ‘hard-boiled’ in de titel. Heerlijk begin, de verteller in een lift met kleingeld in zijn broekzak. Die details kon ik eerder niet helemaal helder krijgen, en ik weet niet waarom. De vele vragen en gedachten? Het wonderlijke dat er geen paneel met knoppen in de lift zat? Het bewuste van ‘Ik besloot maar eens te hoesten’? De lange tijd dat de verteller in die lift staat, aan het begin van deze roman, ging nu opvallend sneller, want ik zag Chandlers Marlowe ook zijn tijd uitzitten in een kamer, in een auto, een hotel. Verderop durft Murakami direct te stellen: ‘Dus hoestte ik’, langzaam wordt zijn verteller directer. Een vrouw, Marcel Proust, een deur met een nummer erop, ik daal af in de wereld die Murakami op weet te roepen – nu wel!

Er had me iets dwars gezeten, tijdens al die pogingen Murakami te lezen. Nu ik zijn romans er weer bij pakte met Chandler in mijn achterhoofd las ik wonderlijke vlotte verhalen, soms wat dromerig, maar veel strakker dan ik kon vermoeden. Die boeken waren hetzelfde, ik las anders – en daardoor waren Murakami’s boeken opeens ook anders. Het was alsof ik naar een Hugh Grant-film keek en opeens wel kon begrijpen waarom deze acteur zich zo onuitstaanbaar gedraagt, door een klein beetje bagage, het vaatje waar hij uit tapte tijdens het acteren. Lezen blijft bijzonder. Lezen is moeilijker dan schrijven. Op sommige momenten in je leven kun je het ene boek niet tot je door laten dringen omdat je eigen achtergrond en dogma’s je in de weg zitten. Daarom is ouder worden zo’n zegen. Jaartje erbij die betekenen: eindelijk het proza van Murakami op waarde kunnen schatten. Met dank aan een quote van de schrijver zelf op een heruitgave van Raymond Chandler.

janvanmersbergen