Vorige maand was het Wereldmeisjesdag. Plan International vroeg veertig schrijvers een gedicht of andersoortige tekst te schrijven over de kwetsbaarheid van meisjes. De hashtag was: lichtgedichten. In zijn algemeenheid kan ik daar weinig over zeggen, antwoordde ik, wel heb ik een dochter die inmiddels 18 is en haar vleugels uitslaat. Mag ik daar over schrijven? Dat mocht:
*
Mijn dochter stuurt me een filmpje van een roeiboot in de regen. In de boot vier meisjes en iemand die stuurt. Ze maken lange trage slagen. Mijn dochter zit in het midden. Ze draagt zwarte kleren. Ze is heel sterk en geconcentreerd.
Het beeld van mijn dochter in die roeiboot emotioneert me. Mijn dochter is 18. Ze is net begonnen aan haar studie. Ze is naar Leiden verhuisd. Ze is lid geworden van een roeivereniging.
Thuis is het stil. Ik mis haar drukte. Haar aanwezigheid is elders. Haar kamergenoten maken nu mee hoe ze in de ochtend chagrijnig kan zijn, hoe ze thuiskomt met haar uitgebreid verhaal van haar dag, hoe ze ’s nachts probeert zachtjes het huis binnen te komen als iedereen al slaapt. De zorgen die een vader soms heeft zijn niet minder geworden. In Amsterdam fietste ze door het donker, ging ze uit, vloog ze van hot naar her, dwars door de stad. Ooit botste ze met haar fiets op een motor. Mannen roepen haar na. Ik heb haar heel vaak gevraagd een berichtje te sturen als ze naar huis ging. Dan had ik een idee. Wat ik vaak deed: ’s nachts stilletjes in haar kamer kijken of ze er al is.
Nu ze in Leiden woont heb ik daar geen zicht meer op. Loslaten, vertrouwen. De boot gaat snel. De meisjes zijn sterk. De boot gaat vooruit, de meisjes gaan achteruit. Ze kijken naar de achterkant van de boot. Ik ben zo blij het filmpje van die roeiboot te zien. Mijn dochter turnde haar hele jeugd, brak enkels, knie en zelfs haar neus bij een dubbele salto. Zo’n roeiboot is veilig. Val je eruit dan val je zacht, en ze kan zwemmen.
De roeiboot is dubbel veilig, want niemand kan er bij. Ze glijden niet door het verkeer, maar door een lege vaart. Niemand doet haar iets als ze met haar vriendinnen in die roeiboot zit.
Ik kijk nog een keer goed. Dan zie ik het.
Mijn dochter ontwikkelt zich. Ze gaat vooruit. Dat is het!
Ze gaat vooruit zonder over haar schouder te hoeven kijken.